Rood, wit en blauw.

      2 Reacties op Rood, wit en blauw.

Dat is de oogst na 3 weken rondtoeren en huizen bekijken. Leuk, hè? Rood, Wit, Blauw is onze “short list”. Overigens 3 totaal verschillende huizen, met heel verschillende eigenaren. Het witte huis was het eerste dat we bezochten. Vlakbij Tabúa. Het is van Rob, een Nederlander die al langer in Portugal woont. Rob is begin 60 en heeft een iets grotere bierbuik dan ik. Hij heeft dit huis 5 jaar geleden gekocht. Hij heeft ook een quinta (Portugese term voor een landgoed(je)) in de buurt. Omdat hij geld nodig heeft wil hij eigenlijk de quinta verkopen en zelf met zijn vrouw in het witte huis gaan wonen. Maar de verkoop van de quinta vlot niet. Dus staat nu het witte huis te koop. Het heeft alles wat we nodig hebben: ruimte voor onszelf, voor eventuele gasten en een tuin. En voldoende ruimte om te knutselen en fröbelen. Die ruimte wil Rob misschien verhuren aan een andere Nederlander die een ruimte zoekt om 2 oude Maserati’s (auto’s), die op een boot vanuit Amerika onderweg zijn, op te gaan knappen. Als dat doorgaat is mijn interesse in het huis over.

Wit.

Het blauwe huis is van totaal andere orde. Een oud statig landhuis in een fraaie kleur blauw. Minutieus opgeknapt door een Engelsman. Deze man is echter overleden voor hij zijn werk af kon maken. Wij vermoeden ergens in 2018-2019 omdat er in de keuken nog pakken houdbare melk staan met een houdbaarheidsdatum in 2019. Sinds die tijd is ook de stroom afgesloten. Wel staat er nog het een en ander in zowel koelkast als diepvries. Mocht dit huis het worden, dan gaan we op zoek naar mensen die het leuk vinden om schoon te maken. Dit lijkt me een klus die erg veel voldoening kan geven. Tegen dit fraaie huis leunt een tweede woning. En die krijg je er bij. Maar, zoals de makelaar zegt, het vraagt om een stevige renovatie. Mijn idee is: slopen. Dat is ten eerste veel makkelijker en goedkoper en ten tweede levert dat wat ruimte op die als tuin gebruikt kan worden. Want dat is wat we missen in dit huis: buitenruimte. Ook mis ik hier mijn klusruimte, maar die kan gerealiseerd worden op de resten van het te slopen huis. Volgens de makelaar mag je gewoon slopen, maar wel even zeggen tegen de gemeente. Ik denk dat de makelaar te graag verkoopt en dat er iets meer bij komt kijken. Wij gaan dus eerst maar eens informeren welke stappen gezet moeten worden om hier het huis van te maken dat we willen. Volgens João, onze makelaar, zijn de erfgenamen van de Engelsman niet geïnteresseerd en staan ze open voor een bod. Dat is dan weer wel aantrekkelijk.

Blauw.

Het rode huis is van het oudere echtpaar dat een beetje is gaan sukkelen en nu op zoek is naar een soort verzorgingshuis in het dorp. Volstrekt logisch. Toen wij bij de mevrouw kwamen (haar man is bedlegerig) met de makelaar (Luis, aardige man maar je hebt er niet veel aan) was ook haar dochter aanwezig om ons te ontvangen. De vuilnisbak aan de weg zat vol en er omheen stonden nog oude flesmanden en andere afgedankte spullen. Ze hadden een beetje opgeruimd. Luis leidde ons rond en het lukte de mevrouw om zich er nauwelijks mee te bemoeien. Jammer, want zij is veel leuker dan Luis. Toen we op het terras nog wat stonden na te praten kwam ze met rijpe dióspiros (Kakifruit) aan voor ons allen. Bij het vertrek gaf ze er ons nog een paar mee. Als het gaat om de gunfactor dan wint dit huis ruim.

Rood.

Voorzichtig als we zijn gaan we nog bij alle drie de huizen langs om te testen op lawaai (verkeer, mensen, zwerfhonden) en wandelmogelijkheden. Het witte huis hebben we gisteren gehad: prachtig wandelen. Je loopt vanuit huis zo naar de rivier de Mondego. Wel kwamen we erg veel loslopende honden tegen in ons dorpje. Nu is dit dorpje ook de woonplaats van Heleen, de Nederlandse makelaar die we gevraagd hebben ons te helpen bij de aankoop van een huis, dus wie weet kan zij ons nog wat informatie geven.

Na wat fraaie bergwandelingen in de Serra de Estrela gaan we komende dagen ook het blauwe en rode huis op die manier bekijken. Daarna weten we met welk huis of welke huizen we verder willen. Ik heb zelf nog een oranje huis op het oog….

Funda

      1 reactie op Funda
Het vroegere huis van Gerrit Komrij in Vila Pouca da Beira, waar we niet gaan wonen.

Vroeger had ik een opdrachtgever bij het ministerie van VROM. Peter, zo heet hij, was in de zomer vaak degene die op de winkel moest passen als de minister en andere topambtenaren met reces (vakantie) waren. Toen ik vroeg wat hij dan zoal deed in zo’n zomer, was een van de dingen die hij noemde: “Funda kijken”. Daar kon ik me iets bij voorstellen. Dat vind ik zelf ook best leuk. Maar Funda is wel iets typisch Nederlands. In ieder geval niet iets typisch Portugees. Nu zijn we hier dus op zoek naar een huis. Dus een Funda zou enorm helpen. Ik dacht zoiets gevonden hebben in vorm van Idealista.pt. Een soort Marktplaats voor huizen. Maar wat blijkt: niet elke makelaar zet alles op Idealista. Of laat het er nog even op staan als het al verkocht is. En, nog erger, er is geen één-op-één-relatie tussen verkoper en makelaar. Dus de makelaar is er niet bij gebaat om te vertellen waar precies het te verkopen huis staat. Want dan kan er een ander mee gaan leuren. En dus mogelijk beuren. Maar wij, argeloze Nederlanders, willen eerst even de plek van het huis bekijken, voordat wij een afspraak voor een bezichtiging maken. Het zal maar net naast een houtzagerij liggen. Maar dat blijkt lastig. Een huis dat aan de weg EM541 moet liggen, kan ook best in een gehuchtje iets verder van de weg liggen. En dat over een afstand van vele kilometers. Hetgeen betekent dat wij, in de afgelopen 3 weken, ongeveer de helft van de huizen die we wilden zien ook daadwerkelijk hebben gevonden.

Sommige huizen zijn lastig te vinden. Andere hebben teveel achterstallig onderhoud.

Maar het levert ook leuke momenten op, al dat zoeken. Zo liepen wij door Sarnadela (je weet wel, op de weg naar Pombeiro da Beira) op zoek naar een groot rood huis. Gevonden! Toen stopte er een auto naast ons met een ouder Portugees echtpaar. Zij vroeg, in keurig Engels, of wij hier woonden of toevallig op zoek waren naar een huis? Zo ja, dan hadden zij nog een mooi huis in de aanbieding. Nee, het stond nergens op internet, want het was een oud, fraai Portugees familiehuis en ze wilden het alleen verkopen aan mensen die dat konden waarderen. Blijkbaar zagen wij er uit alsof we dat wel konden. Is ook zo, trouwens. Enfin, telefoonnummer meegekregen. Mochten wij interesse hebben dan waren zij de hele week nog in Portugal. “Kijk maar even. Het is het huis recht tegenover de kerk in het centrum van het dorp. Vlakbij!” Wat we zagen was inderdaad een mooi oud huis. Nadeel is dat het net een meter verspringt ten opzicht van het buurhuis, waardoor het een meter op straat staat. En die meter hoort bij een slaapkamer zoals wij kunnen zien. Nu lijkt het erop dat er nog nooit tegenaan gebotst is, maar dan kan wel gebeuren. Bovendien zullen in de avond passerende automobilisten de slaapkamer even fel verlichten. We kunnen er natuurlijk een logeerkamer van maken zodat we zelf weinig last hebben, maar dat is ook niet echt sympathiek. Toch maar weer verder zoeken.

Aveiro. Het Venetië van Portugal, waar we ook niet gaan wonen.

Een paar dagen later komen we langs het rode huis. Dit huis was makkelijk te vinden, want het ligt aan de weg van Lousã naar Gois. Maar dat wisten we natuurlijk niet uit de advertentie. Als we uitstappen om het even vanaf de weg te bekijken, begint er opzij van het huis een hond stevig te blaffen. Hij ligt aan een ketting wat voor ons een geruststellende gedachte is. Dan verschijnt er achter op het terras een oudere mevrouw. Zij beweegt zich moeilijk op twee krukken. Zij ziet ons, roept iets en gebaart dat ze wel even naar voren komt. Even later gaat de voordeur open. De mevrouw schuifelt naar buiten. Haar benen zien er niet geweldig uit. Opgezwollen, vormeloos. Lijkt wel op een vorm van elefantiasis. Zij spreekt op een duidelijke en goed verstaanbare manier Portugees. Daar kunnen wij wel iets van volgen. Alleen terugpraten vlot nog niet zo. Maar vooruit, zij snapt dat wij interesse hebben in het huis. En dat vindt ze fijn. Het is namelijk een erg mooi en goed huis. En nog goedkoop ook. Nou, dat is wel zo’n beetje wat we zoeken. Eerst probeert ze nog even de buurman te bellen, want die spreekt wel Engels. Helaas is die niet thuis. Dan maar de makelaar gebeld. Dan blijkt dat ze het huis niet aan ons mag laten zien. Dat moet de makelaar doen. Maar ze neemt ons al wel mee langs het hek waarbij ze aanwijst wat allemaal bij de tuin van het huis hoort. Verder vertelt ze honderduit. Dat ze wel moet verkopen want haar man is bedlegerig (al 18 jaar!) en zelf gaat ze ook steeds moeilijker bewegen. Ze zal het graag aan ons verkopen, want wij komen sympathiek over. En iets verderop wonen ook Nederlanders en die zijn ook erg sympathiek. En ook nog aardige Engelsen. Wij nemen met moeite afscheid met de belofte contact op te nemen met de makelaar en een afspraak voor bezichtiging te maken. En dat doen we ook. Maar daarover meer in een volgende blog.

Vissers bij Figueira da Foz, waar we ook al niet gaan wonen.

Stamkroeg.

      3 Reacties op Stamkroeg.

Wij zijn een huis aan het zoeken. Een nieuw “thuis”. Nu weten we niet precies wát we zoeken en al helemaal niet wáár we het moeten zoeken. Maar wat we wel weten is dat veel op ons gevoel neerkomt. Zo ook het “thuis” voelen. We hebben besloten om een aantal stadjes in het centrum van Portugal aan te doen. In elk stadje verblijven we een paar dagen. Dan kunnen we de sfeer proeven en de omgeving verkennen.

Waterbeheersing tbv de papierfabriek in Lousã.

Zo zijn we ook in Lousã terecht gekomen. Ons hotel staat in een oude buurt met veel koffiecafeetjes en restaurantjes. Op de eerste dag belandden we op het terras van een café vlakbij. Pagelou geheten. Een beetje oubollig, als veel cafeetjes in Portugal. Met een meneer die prima past in die oubollige sfeer. Maar toch, iets trok me aan. We bestelden 2 flesjes Sagres, die keurig geserveerd werden, afgesloten met enige “obrigado’s“. Op het eind van de tweede dag wilde ik weer naar Pagelou. Annette probeerde nog even me mee te krijgen naar een terras met meer zon. Maar omdat de zon net verdween achter een dikke wolk, stemde ze al snel in met Pagelou. Toen we het terras naderden hoorden we luid gelach uit het café komen. Onze meneer stond bij een stel stamgasten te praten, lachen én drinken. Onder de stamgasten twee mannen die we een dag eerder ook al gezien hadden, beiden slecht ter been. Een bewoog moeizaam op twee krukken, de ander had een oude fiets bij zich die hij slechts gebruikte als kruk. Onze meneer komt lachend naar buiten en verwelkomt ons hartelijk. Leuk dat we weer terug zijn gekomen! Twee Sagres? Nee, bedankt, liever twee glazen rode wijn. We krijgen 2 ruim bemeten glazen en krijgen al een beetje een thuis gevoel. Dat gevoel wordt later op de avond nog eens versterkt. We wandelen rond negen uur terug van een restaurant waar we gegeten hebben, niet ver van het hotel. En wie komen daar uit een nabij gelegen kroeg? Onze stamgasten uit de Pegalou, de man met de krukken en de man met de fiets. Waarschijnlijk is voor hen de afstand tussen Pegalou en huis te groot om in één keer te overbruggen.

De meneer van Pegalou.

Op dag drie hoeven Annette en ik niet meer te overleggen. Natuurlijk gaan we weer naar Pegalou. De ontvangst is weer hartverwarmend. De meneer is echt blij dat we weer langs komen. Hij vindt ons sympathiek, zegt hij. Om dat te bewijzen brengt hij even later een kadootje: een echte “pastel de bacalhau”. Als we ooit een huis in de buurt van Lousã vinden, dan hoeven we over de stamkroeg niet lang na te denken.

Het kadootje.

QR

      6 Reacties op QR
Ciudad Rodrigo

We zitten weer in Portugal. Om te doen wat we eigenlijk in januari al wilden doen: een huis zoeken. Maar ja, corona. Toen we vorig jaar juli vertrokken was het een heel andere tijd. Jaap van Dissel twijfelde openlijk aan het nut van mondkapjes. Maurice de Hond pleitte in elk programma waar hij welkom was juist hartstochtelijk vóór mondkapjes (misschien moet iemand eens kijken of er een relatie met Sywert is? Of ben ik nu teveel een complotdenker?). Mark en Hugo krabden zich nog eens achter hun oren. Waarom werkte de lockdown niet? Want toch intelligent?

Wij kwamen toen al fietsend op een camping in Zuid Limburg. Daar was buiten het gebouw waar je je handen kunt wassen een bak opgesteld die bedoeld was om je handen te wassen voordat je je handen ging wassen. In Frankrijk moest je kapjes op in de supermarkt, die iedereen bij buitenkomst meteen in een grote prullenbak gooide. Dat moest, want veilig. In Spanje moest je overál op straat een kapje op. Wel mocht je na de kerk even het kapje af doen om bekenden te omarmen. En zo bedacht elk land wel iets, in afwachting van het vaccin.

En nu hebben we een vaccin. En een nieuwe discussie. Eentje die ik zo langzamerhand wel beu ben. Ja, het individueel belang botst met het algemeen belang. Maar dat is wel vaker zo. Niet alleen bij de volksgezondheid, ook bij de verkeersveiligheid of klimaat of …. Ik was benieuwd hoe belangrijk de corona-check-app zou zijn. Ja, die heb ik. Je mag het niet vragen, maar ik ben gevaccineerd. Met als bijkomend voordeel dat ik over een QR-code beschik. Ik neem jullie mee in onze steekproef van één:

  • Op de dag voor ons vertrek waren we in Groningen. In het café werd gevraagd de QR-code te tonen. Gelukkig, dacht ik. Maar hij werd niet gescand. Jammer. Ik wilde zo graag het “oké” horen. Daarna in het restaurant was er helemaal geen interesse in mijn QR-code.
  • Een dag later, in Luik. Nog wel kapjes op straat, want regio Luik was nog niet zo best. Maar geen vraag naar QR-code. Jammer.
  • De volgende dag naar Frankrijk. Naar verluid het meest fanatieke land als het gaat om QR-code-controles. Voor toegang tot het hotel hoefde het niet, maar wel als je de eetzaal in zou gaan. Dat deden wij ’s ochtends voor ons ontbijt. Helaas, weer geen controle. Gelukkig werd dat verderop in Frankrijk goed gemaakt. Bijna altijd controle. Ik heb nog vaak “oké” gehoord. Waarbij geen enkele keer gevraagd werd om een identificatie. Wat eigenlijk wel zou moeten. Maar ja, je kunt niet alles hebben.
  • In Spanje, toch ook zwaar getroffen, had men geen interesse in onze QR-code.
  • Net zo min als in Portugal. In deze landen nog wel steeds kapjes in winkels, hotels en restaurants. Hoewel ik in Portugal van iemand hoorde dat het niet zeker is of het nog wel verplicht is. Het lijkt er op dat veel mensen vanuit een soort voorzichtigheid nog maar even het kapje blijven gebruiken. Waarbij ik soms vermoed dat mensen denken dat het kapje hén beschermt, in plaats van de ander tégen hen. Waarom ga je anders met een kapje op in je eentje in de auto zitten?

Maar goed, we gaan een huis zoeken. Met of zonder kapje. En met of zonder QR-code.

Sardal. Deze huizen worden het niet. Liggen prachtig maar de bakker is een half uur kronkelweg verder.

Dorpsgenoten – 2

      Geen reacties op Dorpsgenoten – 2
De meneer van de bulldozer en Ricardo overleggen hoe het moet. Dit wordt het tijdelijke huis van Ricardo en Rocío.

Eigenlijk gaat dit stukje over de bijna-ex-dorpsgenoten. Morgen vliegen we naar Nederland. Voor een tijdje hoor, we gaan ook weer terug naar Portugal. Ik heb er wel zin in, maar een beetje dom is het ook. We gaan van een land dat een fikse coviduitbarsting te boven is gekomen, naar een land dat blijft worstelen met grote aantallen besmettingen en de (mogelijke) dreiging van een 3e golf. Maar goed, daar staat ook wat tegenover. Tijd dus om jullie nog even bij te praten over de inwoners van Alcarias Grandes. Het dorp dat ons thuis is geworden. Het dorp dat op het punt staat ingrijpend te veranderen. De inwoners die we hebben leren kennen en waarderen. Het inkijkje dat we kregen in het plattelandsleven in de Algarve en het lot dat hen te wachten staat. Peyton Place in het klein. Voor de jongeren: Peyton Place (a continuing story) was de allereerste echte soap (1967-1973), GTST verbleekt erbij.

Vlnr. Annette, Rocío en Canela.

De een heeft een kort lontje en de ander een drankprobleem. Een explosief mengsel. Ricardo en Rocío. De kern van onze soap. Zij zijn pakweg 5 jaar geleden in dit dorp komen wonen. Ricardo heeft er 2 oma’s en de families bezitten veel grond en onroerend goed (veelal ruïnes en bouwval). Zo mocht hij van zijn moeder in een bouwval wonen die hij en passant wel even zou opknappen. Hij is in die 5 jaar niet verder gekomen dan één kamer waterdicht maken en stroom aanleggen.

De achterkant van het huidige huis van Ricardo en Rocío.

De overige kamers zijn niet waterdicht. En dat is niet omdat het dak beroerd is. Nee, het dak ontbreekt. Al heel lang. Nu hadden ze mazzel want het huis naast hun bouwval was van een Engelsman die er zelf niet (meer) wilde wonen. Deze Jonathan had het te koop staan. Als Ricardo en Rocío het een beetje wilden onderhouden dan mochten ze gebruik maken van de douche, de keuken en de wasmachine totdat het huis verkocht zou worden. En natuurlijk maakten ook hun 7 honden gebruik van huis en tuin. Maar Laura (ook Engels), die het huisje aan de andere kant naast Ricardo en Rocío heeft gekocht, was de honden beu. Ze wil op termijn in Alcarias Grandes komen wonen, maar dan moeten die honden (en dus Ricardo en Rocío) weg zijn. Dus wilde Laura het huisje van Ricardo en Rocío kopen. Over de prijs was Laura het snel eens met de moeder van Ricardo. Maar waar gaan Ricardo, Rocío en hun honden dan naar toe? Het plan is een houten huis neer te zetten op een stukje grond van oma Francisca, net buiten het dorp. Op een prachtige locatie trouwens. Dat plan bestaat al heel lang, maar de uitvoering stokt. Twee weken terug werd ineens het huis van Jonathan verkocht. En daarmee hun keuken, douche, wasmachine en verblijfplaats van de honden. Het huis is gekocht door een echtpaar uit Estland. Ook zij eisten, net als Laura, dat de honden binnen blijven, in het huisje van Ricardo en Rocío. De druk liep zichtbaar op. En leidde tot enige actie bij Ricardo. Hij huurde een meneer met bulldozer uit de buurt met 2 opdrachten. De eerste: schraap een andere ruïne in het dorp leeg zodat ik daar een tijdelijke woning kan bouwen. De tweede: schuif een pad naar de locatie van mijn nieuwe permanente huis op de grond van Francisca.

De meneer maakt een pad naar de locatie van het nieuwe houten huis.

Leuke plannen, oude plannen, maar de uitvoering staat zwaar onder druk. De verkoop van hun huidige ruïne aan Laura levert geld op. Volgens Ricardo vindt zijn moeder het goed dat hij dat geld houdt. Wil ik geloven. Met dat geld kan hij uit Spanje een houten huis laten komen en neerzetten op het stukje grond van oma Francisca. Maar. Hij krijgt dat geld van Laura pas als hij de ruïne verlaat. Dus dan pas kan de bouw van zijn houten huis beginnen.  Maar waar blijven ze dan in de tussentijd? Een soort dead-lock.

Links vooraan het huidige huisje van R&R (met cementmolen voor de deur!), rechts daarvan het huis van Jonathan (met lichtblauwe lijnen). Daartussenin het huis van Laura en daar rechts achter “ons” huis.

Woensdagnacht ontplofte het. Om 3:30 uur ’s nachts werd er hard bij ons op deur en ramen geklopt. “Annette!” werd er gegild. Slaapdronken gaan wij naar de voordeur. Rocío. Schrammen in haar gezicht, ook op haar been en een pijnlijke tand. In elkaar geslagen door Ricardo. Veel huilen. Een ongemakkelijke situatie. Het is vaker gebeurd. Zegt zij. En hebben we ook van anderen gehoord. Maar ja, wat kunnen wij. Luisterend oor. Zij weet wel wat zij wil: weg. Maar ja, waar naar toe. In het dorp (veel familie van Ricardo) wordt zij niet echt gepruimd. Spanje, waar ze vandaan komt? Mag ze nu niet in, grenzen dicht. Moeder? Niet midden in de nacht. Politie? Nu even niet, ze heeft geen papieren. Ricardo is er in zijn auto vandoor en komt vannacht niet terug. Volgens Rocío. Ik wil dat graag geloven. Na een half uur gaat ze richting haar ruïne. Slapen hopelijk. Na enige tijd vallen wij ook weer in slaap. ’s Ochtends hoor ik Ricardo buiten. Ik ga naar hem toe en spreek hem aan op wat er gebeurd is. Hij vertelt me zijn kant van het verhaal. Rocío had 12 blikjes bier op, maakte hem om 3 uur ’s nachts wakker. Hij moest meer bier halen. Daar komt natuurlijk ruzie van. Als zij zich dan op zijn auto stort, zijn álles, wordt hij boos en “duwt” haar weg. Vervolgens vertrekt hij met zijn auto, want hij weet dat als de politie gebeld wordt, hij de pineut is. Hij zegt nog steeds van haar te houden, als enige op de hele wereld. Maar hij is wel klaar met haar drankgebruik. Ik maak nog een keer duidelijk dat geweld nooit een oplossing is en gewoon niet kan. Volgens Ricardo was het slechts zelfverdediging. Hij trekt zijn mondkapje naar beneden en laat een aantal fikse krabwonden zien. Ik laat het erbij, maar zeg wel de geplande afscheids-BBQ van zondag af. Heb ik even geen zin in. Dat snapt hij. Twee dagen lang zien we Rocío niet. Dan komt ze weer voorzichtig tevoorschijn. Ze lijkt nu vastbesloten om Ricardo te verlaten. Zo gauw haar tand gerepareerd en betaald is (door hem). En, nee, geen haar op haar hoofd die er aan denkt dat zij in een houten huisje buiten het dorp gaat wonen. Weer een dag later vertelt ze dat komend weekend Ricardo met een collega even het huisje in het dorp gaat opknappen. Ze lijkt er in te geloven. Ze doucht nog een paar keer bij ons. Draait een paar wasjes, want dat mag niet bij de oma’s. Zegt zij. Ik weet niet hoe het verder moet. Maar erger nog, zij waarschijnlijk ook niet. Maar wij stappen er even uit. To be continued.

Alberto komt eens kijken wat Ricardo van plan is.
Maria Ignacia en Annette praten even bij.
Portugezen bewaren graag veel spullen. Want je weet maar nooit.
Maria Rosa in de moestuin van Alberto.

Ik heb nog even gekeken bij het tentje van de vermeende Jos B.. Geen verandering tov de vorige keer (verdekt opgesteld tentje, rugzak, muurtje gebouwd, nooit iemand gezien). Daniël en Raisa en hun 4 kinderen hebben inmiddels 2 zandzakken gevuld en gepositioneerd. Het begin van hun zandzakkenwoning is er. De Fransman die 6 hectare gekocht heeft bij het meer, net vóór het stuk grond van Daniël en Raisa,  heeft een schacht laten boren naar drinkwater. 170 Meter diep volgens hem. Zijn plan is om een kleinschalig vakantieparkje te beginnen. Ben zeer benieuwd naar zijn vorderingen straks in de zomer.

P.S. Kika, mijn favoriete buurhond, is inmiddels bevallen van 9 puppies. Ik vrees dat hen de verdrinkingsdood wacht.

Bloeiende klaver tegenover het huis van Damião.
Een oude traditie: manden vlechten (Corte Pequena).
Deze meneer laat zijn geit uit (Furnazinhas).

Wandelen

      Geen reacties op Wandelen
Ook wandelen kent zijn uitdagingen.

Als je mij een jaar geleden had gezegd dat ik nu (veel) meer zou wandelen dan fietsen, dan had ik je meewarig aangekeken. Ik? Bestaat niet! De laatste tijd sla ik regelmatig een voorstel van Annette af om te gaan fietsen. Ik ga liever wandelen. Ik kan hier corona maar een beetje de schuld van geven. De omgeving telt ook mee. De steile heuvels maken fietsen zwaar, en dus iets minder aantrekkelijk. Wandelen is ook zwaar, maar daarom juist meer aantrekkelijk. Ergens in die mix ben ik omgegaan. Nu heeft wandelen het voordeel dat je nóg meer dan bij fietsen op kunt gaan in je omgeving. Ik maak nu op microniveau de lente mee. Die valt hier samen met de meteorologische winter. Vandaar. In november zag ik al de eerste amandelboom in bloei staan. Ruim voorbarig. Inmiddels zijn de amandelbomen klaar met bloeien en zijn ze nieuwe amandeltjes aan het maken.

Nieuw amandeltje op komst.

De bijen, die hier het hele jaar door moeten werken, zijn verhuisd naar de mimosabomen. En nog een stel andere bloemen. Ik maak regelmatig foto’s met het voornemen ze vervolgens thuis met behulp van een app te determineren. Daarbij heb ik inmiddels een leerachterstand opgelopen.

Mimosa.
Nog te determineren.

Wandelen geeft ook meer dan fietsen de mogelijkheid om even te babbelen met mensen die toevallig ook buiten zijn. Helaas is de Algarve bij ons in de buurt erg dun bevolkt. Gecombineerd met de lockdown levert dat een beperkt aantal ontmoetingen op. Maar vooruit. Zo kwamen we een meneer tegen die druk bezig was in zijn sinaasappelboomgaard. Ergens ver weggestopt in een dal. We ontmoetten hem omdat we een verkeerd pad hadden genomen. Na een vriendelijk “bom dia” van 2 kanten vroeg ik of hij hard aan het werk was. Valt wel mee, zei hij. Beetje snoeien en opruimen, want de boomgaard was net omgeploegd. Hij vroeg of wij niet een lekkere sinaasappel wilden? Zeker wel. Dus afgedaald naar zijn boomgaard. Nog even staan babbelen. Ook nog een stel mandarijnen geplukt. Ongelooflijk lekker! Wij mogen van hem altijd het fruit plukken als we langs komen. “En als iemand iets vraagt”, zegt hij, “zeg maar dat het mag van de baas!”. Mooi zulke ontmoetingen. Een ander effect van de lockdown is het aantal patrijzen dat we zien. Omdat ook de jacht hier nu stilligt (geen essentiële hobby) laten ze zich wat vaker zien. Veel meer wild komen we niet tegen.

Patrijs

Wel honden die zich wild gedragen. Gelukkig zitten er ook een stel in hokken. Ze blaffen wel, maar kunnen niet bijten. Gisteren toch maar weer een keer gefietst. Heeft ook wel iets. Omdat we echter net voor vertrek een appje kregen van onze huisbaas dat er eind van de middag nog een bezichtiging gepland stond, zijn we later ook nog maar even gaan wandelen. Ik moet echt oppassen dat ik niet overwandeld raak.

Wild in een hok.

Tunnelvisie

      Geen reacties op Tunnelvisie
Onderhoud van het land. De meneer kijkt chagrijnig maar vond het prima dat ik een foto maakte.

Op onze eerste fietstocht met bagage, heel lang geleden, fietsten we over de Hardangervidda naar Bergen (Noorwegen). Het was een regenachtige dag, maar we schoten aardig op. Nog één langere tunnel te gaan. Helaas, verboden voor fietsers. En gezien de breedte van de weg leek het mij verstandig geen gokje te wagen. Gelukkig lag er naast de weg nog een verlaten spoortunnel. Bielzen en rails waren verwijderd. Alleen de keien lagen er nog. Dat betekende wandelen, maar Bergen lonkte. Er was natuurlijk geen verlichting in de tunnel. Maar wel een bocht. Ik hoopt na de bocht het uiteinde van de tunnel te kunnen zien. Helaas, nog meer bochten. Het was pikkedonker. Onmogelijk om verder te gaan. Terug dus. Ik moest hier aan denken toen Mark Rutte in een van zijn persconferenties benadrukte dat er wel degelijk licht is aan het eind van de tunnel. Dat er licht is betwijfel ik niet, maar dat wil niet zeggen dat je daar zo maar even in een rechte lijn naar toe kunt.

Lente!

Bij die persconferentie viel mij ook op dat Mark dezelfde communicatiecursus heeft gehad als ik. Zo’n cursus waarbij ze je meteen duidelijk maken dat 90% van wat je vertelt binnen een paar dagen vergeten is. En dat het mede daarom belangrijk is dat je je kernboodschap minstens 5 keer herhaalt. En dat deed Mark: “Er is licht aan het einde van de tunnel.”. Ik denk inmiddels dat ook Adeleida deze cursus heeft gevolgd. Zij stond op een ochtend bij ons voor de deur, als altijd op gepaste afstand. We zien haar niet meteen, maar ze weet dan toch duidelijk te maken dat ze er staat. Annette ging een praatje maken en kreeg al snel door dat er iets opgehaald moest worden. En dat daar domme kracht bij nodig was, dus ik moest ook meekomen. Ik begreep dat we een kruiwagen op moesten halen met salie. Salie? Ja, dat verstond ik. Adeleida ziet mijn twijfel en herhaalt de opdracht (2e en 3e keer). Enfin, we lopen het dorp in. Je moet weten dat de weg door ons dorp ongeveer 200 meter lang is. Met één afslag. Je kunt halverwege naar rechts. Dan loopt er een verharde weg nog zo’n 100 meter tot aan de gezamenlijke oprit naar de huizen van Cor en Yvonne, Damião en Hugo. Van daar gaat de weg verder als zandpad naar het Belichemeer.

Mocht het water in het Belichemeer nog eens écht hoog staan, dan kan het hierdoor naar buiten.

En we moesten naar Damião begreep ik. Vóór ons zagen we Maria-Rosa de afslag nemen naar Damião. Adeleida, die voorop loopt, gebaart dat we in moeten houden. Ze kruipt een beetje in elkaar, alsof ze Maria-Rosa nu niet tegen wil komen. Nu kun je net vóór de afslag rechts een opritje op dat leidt naar een drietal leegstaande huizen. En zelfs 20 meter daarvóór kun je een geitenpaadje in dat parallel loopt aan het opritje, maar vervolgens doorloopt tot aan de schuur van Damião. Het opritje komt uit op het laatste stukje van het geitenpaadje. Dat geitenpaadje neemt Adeleida niet. Dat vindt ze te link zegt ze. Maar ze wijst wel naar het opritje. Zo komen we achterlangs bij Damião. Voor we bij de schuur komen, gebaart ze ons weer even te wachten. Ze kijkt voorzichtig om de hoek. Ik denk dat ze zeker wil zijn dat ze niet alsnog Maria-Rosa tegenkomt. Niemand te zien. Maar dan ook echt niemand. Dus ook Damião niet. En die hebben we nodig om de salie te pakken. Wel wijst ze de kruiwagen aan die, met de handvatten omhoog, tegen de schuur van Damião staat. Nou dan straks maar even terugkomen voor de salie, zegt Adeleida (4e keer). We lopen onverrichterzake terug. Voor we afscheid nemen benadrukt ze nog een keer de afspraak om straks nog een keer op pad te gaan voor de salie (5e keer). Afgesproken. Omdat ik anderhalf uur later iets aan het doen ben wat ik niet meteen kan afbreken, kom ik de 2e keer iets later bij Damião aan. De kruiwagen staat klaar, gevuld met anderhalve zak zout. “Sal” in het Portugees…. Ik doe waar ik voor ingehuurd ben en krui het zout naar haar schuur. Ik moet van haar tot het achterste schuurtje rijden en daar even wachten. Dit is een schuur in 2 gedeelten met een lage opening ertussen in. En het zout moet in dat 2e stuk. Dus eerst nog de blokkade van allerlei meuk weghalen. Ze laat merken dat ze blij is dat ik dit voor haar doe. Maar ik wil natuurlijk nog wel even weten waar ze dat zout voor nodig heeft. Ze stapt naar buiten en wijst een stukje grond aan met veel onkruid. Daar wil ze het zout op strooien, begrijp ik. Als onkruidbestrijding. Waarom we dan zo geheimzinnig moeten doen, is me niet duidelijk. En kan ik helaas ook niet vragen. Na vele “obrigada’s” nemen we afscheid. Wat een mooi mens, die Adeleida (keer 5).

De dag zit er op, in Alcarias Grandes.

Dorpsgenoten

      5 Reacties op Dorpsgenoten
Traditionele bijenkorf van kurkbast.

Een gewone zondag in Alcarias Grandes. Die begint met een staartje van gisteren. Wij waren gaan wandelen en hadden voor het eerst 4 honden mee. Branco, eigenlijk van Jonathan, maar die woont nu aan de kust. Dus is Branco een soort pleeghond van Rocío geworden, onze buurvrouw. Branco gaat al vanaf het eerste moment mee wandelen. Later sloot Kika aan. De leukste (vinden wij), maar bij Rocío scoort ze niet geweldig. Later kwam ook Dumba erbij. Incestueus product uit Alcarias, maar jong en lieveling van Rocío. En als laatste ging Rico voor het eerst mee. Deze Rico is nieuw. Hij heeft zich de afgelopen 2 weken langzaam ingevoegd in de roedel. Waarvandaan is onbekend. Voor hoe lang, ook. Mijn inschatting is dat hij aangetrokken werd door de aanwezigheid van meerdere loopse teven bij de buurvrouw. Kan ik me iets bij voorstellen. Wij weten inmiddels zeker dat zowel Kika als Dumba zwanger zijn. Rocío is daar tot haar schrik ook achter gekomen. Zij ziet, vertelde ze zaterdag, geen ander alternatief dan het verzuipen van de nieuwe nakomelingen. Maar dan wel meteen, als ze de oogjes nog dicht hebben, anders kan ze het niet meer. Dus ook de kleintjes van Dumba, nog geen 10 maanden oud en haar lieveling. Diezelfde Dumba ging er met Rico vandoor op onze wandeling op zaterdag. Wat alle 7 honden gemeen hebben, is het absolute gebrek aan opvoeding. Ze racen achter elke auto aan en rennen elke wandelaar blaffend tegemoet. Roepen heeft geen zin. Net als elk ander beroep op fatsoen. Behalve onze buren Ricardo en Rocío, ken ik geen mensen die blij zijn met die honden. Ik kon dus nog wel roepen naar Dumba, hij keek me ook nog even aan met zijn kraaloogjes, maar rende vrolijk achter Rico aan. De bush in. Nou heeft ie dat eerder gedaan. Alleen deze keer kwam hij niet terug. Ook niet ’s avonds. Rocío in tranen. Geen oog dicht gedaan. Dus begon onze zondag met het doelloze geroep van Rocío. Ze miste Dumba vreselijk. Ze neemt ons niks kwalijk, maar kijkt wel licht verwijtend als ze vertelt over haar beroerde nacht. Wij vertellen haar dat we die zondag toch weer gaan wandelen en dan gaan we nog een keer hetzelfde gebied in als waar Dumba en Rico gisteren aan hun stutten trokken. Zij gaat met een opgetrommelde kennis in een auto door het gebied crossen. Uiteraard komen wij de hondjes niet tegen op onze wandeltocht. En zij ook niet. Hondjes blijven niet in het veld of het bos, die zoeken mensen op. Ze hebben namelijk eten en onderdak nodig. Misschien is Rico wel de vader van de nog ongeboren kindjes van Dumba en hebben ze bedacht dat ze het geen fijn idee vinden dat die postnataal geaborteerd worden. Zou kunnen. Enfin, wij gaan ons ding doen in de overtuiging dat die hondjes wel weer komen als ze er zin in hebben. Of anders maar niet.

Campers aan het Beliche-meer. In het midden die van Daniël.

Op het eind van de middag gaan we nog een korte wandeling maken. Alleen Kika heeft dat  in de gaten en gaat mee. Na zo’n 200 meter komen we langs het huis van Damião. Hij loopt net voor ons uit, beetje moeizaam leunend op een korte wandelstok. Hij gaat naar zijn schapen die nog eens 200 meter verder op de heuvel staan. Die moeten rustig aan weer eens naar binnen voor de nacht. Grappend vraagt hij of we nog gaan zwemmen in het stuwmeer. Nee, daar wachten we nog even mee. Ik ben vooral nieuwsgierig naar onze nieuwe bewoners. Sinds een week staat er namelijk een camper vlakbij het meer. Een jong Nederlands gezin met 4 kinderen (9, 4 en een tweeling van 3) heeft daar een lap grond gekocht en gaat er een zandzakkenhuis bouwen. Duurzaam en goedkoop. Ik weet niet wat de doorslag heeft gegeven. Ik was wel nieuwsgierig geworden. We waren hem (Daniël) een week eerder al tegengekomen met een makelaar én 2 van zijn kinderen op een behoorlijk afgelegen stuk van onze wandelroute. Daniël vroeg toen of wij ook Nederland ontvlucht waren. Dat zegt wel iets over hem. Annette was al een keer langs hun camper gekomen op een hardlooprondje en was toen hartelijk uitgenodigd om nog maar eens op de koffie te komen (Daniël en zijn vrouw zijn Brabanders). Dus maar eens kijken. Geen koffie, wel een hele tijd staan praten. Zij waren Nederland beu, hebben hun huis verkocht, een container vol gestopt met hun huisraad, een oude camper gekocht en zijn op kerstavond vertrokken. Op zoek naar? Daniël vertelde enorm enthousiast. Heeft veel plannen. Ben heel benieuwd hoe hun verhaal verder gaat.

Maria-Rosa, de moeder van Alberto, dorpsgenoot.

Toen we terug wandelden richting dorp kwamen we Alberto tegen. De ietwat achterlijke zoon van Maria-Rosa. Zo’n beetje mijn leeftijd, maar wel wat minder verzorgd. We zien hem uiteraard vaker, maar zelden heeft dat tot meer geleid dan “goeiedag” en “hoe is het?”. Hij had opeens veel te vertellen. Nu spreekt hij alleen Portugees. En dan ook nog Algarviaans Portugees. En dat gaat er bij mij slecht in. Maar dat hinderde niet. Ik merkte dat het voldoende was dat wij elkaar spraken, dat we de moeite namen te luisteren, ook al begrepen we elkaar niet. Ik voelde me ook niet bezwaard om in het Nederlands te antwoorden. Het feit dát we naar elkaar luisterden was belangrijker dan dat we elkaar begrepen. Mooi om mee te maken. Daarna begonnen we aan de laatste paar honderd meter naar huis. En weer kwamen we Damião tegen. Hij was met schapen en hond bijna thuis. Ze moesten alleen nog het verharde weggetje oversteken dat wij nodig hebben om thuis te komen. Wij staan stil op een meter of 10. Ik roep Kika en die luistert zowaar en komt bij ons staan. Damião stuurt zijn schapen met allerlei geluidjes en soms met een klontje aarde de goede richting in. Alle schapen en lammetjes springen de berm in,  omhoog richting hun nachtverblijf. Wij beginnen aan onze laatste 150 meter naar huis. Met een welgemeend “Até amanha” (tot morgen) nemen we afscheid van elkaar. Wat een bijzondere dorpsgenoten.

Branco.
Dumba.

Struinen

      7 Reacties op Struinen

Het gaat niet goed in Portugal met het aantal Covid-besmettingen. Dus worden de maatregelen aangescherpt. We zitten nu in een lockdown. Of het een intelligente is weet ik niet. Boeit me ook niet zo. De boodschap is: “Fica em casa” ofwel: blijf thuis. Nou kun je dat gelukkig ruim opvatten. Want naar buiten gaan mag wel, maar dan in de buurt van waar je woont. Ik mag dus niet met de auto naar Lissabon rijden om daar te gaan wandelen langs de Taag. Niet dat ik dat zou willen, maar als het dan niet mag, voelt het toch weer even anders. In ons dorp verandert er verder niet zoveel. Adeleida (86) loopt sinds een week met een mondkapje rond. Een kapje dat regelmatig naar beneden zakt en dat ze dan giechelend weer omhoog schuift. Vanmiddag zag ik ook Maria-Rosa (94) voor het eerst met een kapje. Ze zat op haar vaste plek op het muurtje naast een kaploze Maria-Ignacia (78). Ik kreeg niet de indruk dat hier vanavond gereld gaat worden.

De stuwmeren van Odeleite en Beliche zijn door een tunnel met elkaar verbonden.

We mogen natuurlijk nog wel boodschappen doen, maar ook dat alleen in buurt. Aantoonbaar in de buurt. Dus hebben wij ons huurcontract in de auto liggen. Voor het geval dat. Nu is het best een mooi ritje van ons huis naar de Corvo in Castro Marim. Maar zo’n supermarkt heb ik vrij snel gezien. Wat we nog wel mogen, en ook dagelijks doen, is wandelen. Gelukkig zitten we in een heel mooie en rustige omgeving. De vele onverharde paden die het landschap doorkruisen vragen om onderzocht te worden. Waar gaan ze naar toe? Kunnen we ze aan elkaar knopen tot een route? Zo zijn we bijvoorbeeld druk bezig geweest om een route te vinden die ons, geheel onverhard, rond het stuwmeer van Beliche leidt. Niet gelukt, maar toch leuk om te doen. Die zoektochten vragen regelmatig om struinen. En dat vind ik nou leuk. Voor mij is struinen: je een weg banen waar geen weg is. Die betekenis staat niet in de Dikke van Dale. Maar wie weet.

Een van de eerste zonneroosjes. Er moeten er nog veel volgen.

Vanwege de steile hellingen is struinen hier een uitdaging. En moet ik af en toe enige druk uitoefenen om Annette mee te krijgen. En moet ik achteraf ook af en toe toegeven dat het niet zo’n strak idee van mij was. Maar vooruit, het geeft wat sjeu aan de lockdown-wandelingen. Wat voor sjeu? Nou ik trok me een keer op aan een struik op een steile helling als short cut richting onze favoriete ruïne en toen schoot daar ineens een muis tevoorschijn die hulpeloos de helling afrolde. Gevolgd door 2 jonkies. Nog hulpelozer. Dat heb ik in Nederland nog nooit meegemaakt. Verder komen we op de meest afgelegen plekken waar mensen zich willen vestigen. Deze week nog een Nederlandse man met twee kindjes op een volstrekt afgelegen stuk grond. Hij vroeg of wij ook NL waren ontvlucht. Nou, dat niet echt. Hij wel. Alles in een container gestopt en op naar de Algarve. Hij had begrepen dat je die best hier ergens in het landschap neer kon zetten om daar dan in te gaan wonen. Nou, ik denk niet dat dat mag, maar er zal ook niet op gehandhaafd worden. Of wat te denken van een tentje met een extra zeil eroverheen en een rugzak ernaast, maar duidelijk al een tijdje niet bewoond? En dan zo gepositioneerd dat het tentje vanaf het enige aanwezige pad niet te zien is? Ik heb me voorgenomen regelmatig een kijkje te nemen. Ik zou de man (vermoed ik) graag eens ontmoeten. Waarom doet iemand dat? Een soort Jos B.? Of een heel ander verhaal? Je begrijpt dat struinen niet geheel van gevaar ontbloot is. Zo ging ik deze week ook bijna onderuit bij het oversteken van een stroompje. Bleek ik met mijn voet in een strik vast te zitten. Welke malloot die strik daar gezet heeft weet ik niet, maar link is het. Ik heb hem zo goed mogelijk onklaar gemaakt, maar ik ga zeker nog een keer kijken. Ik vermoed dat de dader de eigenaar is van het naast het stroompje gelegen veldje. Omheind en wel staan daar zo’n 10 olijfboompjes. Ver van de bewoonde wereld. Er bestaat dus een kans dat een van ons, maar waarschijnlijk ik, ergens met een verzwikte enkel komt te liggen. En dat dan de ander, waarschijnlijk Annette, de schone taak krijgt die ene enige kilometers te dragen naar de bewoonde wereld. Maar enig risico is aanvaardbaar om de lockdown draaglijk te maken.

December. De cactus begint aan de lente.

Overigens krijgen wij al wandelend steeds meer oog voor het kleine. Wat dacht je van de ontluikende lente? Ja, lente! Waar sommigen van jullie nog hopen op natuurijs, hebben wij de zonnebrand al weer tevoorschijn gehaald. Waar in NL de herfst een voorwinter is en de lente een nawinter, is de herfst hier een nazomer en de lente een voorzomer. En dat begint te bevallen. We zien al maanden lammetjes rondlopen, de amandelbomen knallen het landschap uit en de padden gaan al paren. Als we dan toch in lockdown moeten, dan maar hier.

Een paartje parende padden.
De vrucht van de nazomer wordt afgelost door de bloesem van de voorzomer.
Kleur in het landschap: de amandelboom.
Amandelbloesem.
Rakka-schaap met lammetjes.

Tandarts

      3 Reacties op Tandarts
Opknappertje in Campeiro.

Vroeger, in Nederland, kreeg ik altijd een mailtje van mijn tandarts: tijd voor controle. Nu niet meer, want mijn tandarts weet dat ik op pad ben. Dus moet ik er zelf aan denken. En aan doen. Maar daar hapert het. Niet dat ik bang ben voor de tandarts, want ik heb inmiddels genoeg reparaties meegemaakt om geen echte angst meer te hebben. Maar tandartsbezoek staat ook niet meteen boven aan mijn leuke-dingen-lijstje. Zoals wel vaker, kwam er zachte drang: er brak een stukje vulling af. Vervelend, maar niet pijnlijk. En dus bleef ik een beetje haperen. Ik had allerlei smoesjes om toch niet nu hier in Vila Real een tandarts op te zoeken. Kan dadelijk ook wel een keer in NL. Maar met de alsmaar uitdijende covid-maatregelen lijkt het me steeds onwaarschijnlijker dat ik binnenkort een keer naar NL kom. Dus toch maar op pad voor tandheelkundige hulp hier. Dat begint met een telefoontje. Ik krijg een receptioniste aan de telefoon die niets anders dan Portugees spreekt. Samen komen we een heel end, denk en hoop ik. Ik begrijp dat ik op donderdag om 12:30 welkom ben. Vervolgens wil ze ook graag mijn naam noteren. En dat blijkt zo ingewikkeld dat ze besluit er een Engels sprekende collega bij te halen. Dat werkt voor ons allebei beter. Dus ga ik donderdag op tijd naar de tandarts. Het is een praktijk met meerdere specialismen op tandgebied. Ik meld me bij de Engels sprekende receptioniste. Ik bevestig dat ik in Portugal woon, maar dat ik niet ben aangemeld bij de Segurança, het Portugese ziekenfonds. Ik beloof straks meteen af te rekenen en neem plaats in de wachtruimte. Ik zie verschillende witte jassen heen en weer lopen. Ook wordt er volop gekletst en is de sfeer ontspannen. Toch aangenamer dan de altijd licht gespannen sfeer bij mijn tandarts in Apeldoorn. Na een minuut of 10 word ik geroepen. Of beter: gewenkt. De assistente dirigeert me in de stoel en ja, ik kan mijn jas wel even op die andere stoel daar leggen. Terwijl ik voorzichtig achterover leun werp ik een blik op het gereedschap. Valt me niet tegen, ziet er redelijk modern uit. De tandarts vraagt wat er aan scheelt. Dat leg ik kort uit. De assistente knoopt me een spuuglapje om. De tandarts vraagt me mijn mond goed te openen en drukt vervolgens zijn kruis stevig tegen mijn rechterelleboog aan. De assistente hangt een afzuigslangetje in mijn mond en drukt haar kruis even ferm tegen mijn linkerelleboog aan. Over mij heen zijn ze volop in gesprek. Het gaat vooral over de versterkte lockdown die een dag later ingaat. Welke winkels wel en niet meer open zijn. Er lijkt enige discussie te zijn over een winkel in Tavira. Ook de receptioniste bemoeit zich er mee. Helemaal gerustgesteld ben ik niet. Iets meer aandacht voor wat ze aan het doen zijn zou ik wel fijn vinden. Ook al omdat de reparatie zonder boren verricht wordt, iets wat bij mijn tandarts in Apeldoorn niet zou gebeuren. Die gaat altijd eerst even het gat groter maken. Maar misschien, denk ik achteraf, doet zo’n tandarts in NL dat alleen maar om nog een extra handeling te kunnen declareren. Uiteindelijk hebben de meeste tandartsen hun beroep gekozen vanwege de verdiensten. Terwijl de vulling wordt bijgewerkt kan ik alleen nog, net onder de tandartslamp door, een blik werpen op de tv. Ook dat is iets dat bij mijn Apeldoornse tandarts niet kan. Ik word nu, even, afgeleid door een voorbeschouwing op een wedstrijd van Benfica. De behandeling duurt geen 10 minuten. Afrekenen en nog een paar keer met mijn tong aan de reparatie voelen. Voelt goed. En dan, omdat ik meteen weer alles mag eten van de tandarts, met Annette even een koffie met een Pastel de Nata. Verdiend.

Veel wandelen tijdens lockdown.