(Maria João) x 2

      4 Reacties op (Maria João) x 2
Ansjovis drogen op het strand van Nazaré.

Vorige week drie keer met Luís gebeld, de makelaar voor het huis dat we nú op het oog hebben. Geen reactie. Ondanks de belofte een afspraak in te plannen. Het was maandagochtend. Ik was er klaar mee. Zoek het maar uit, ik ga weer op zoek naar een ander huis. Annette was iets geduldiger en wilde nog één keer appen. En zie, een reactie. Of wij eind van de middag tijd hadden om langs te komen in Arganil. Het was allemaal nogal complex, dus dat kon beter in een gesprek uitgelegd worden. Met weinig verwachtingen kwamen we eind van de middag in Arganil. Luís, met mondkapje (wat niet meer verplicht is sinds 22 april) begon zijn verhaal.

Toeschouwers bij de processie.

De complexiteit valt nogal mee. Het is een verkoop via de rechtbank. Man en vrouw hebben ruzie, zijn gescheiden en worden het niet eens over de boedelverdeling. Oh ja, en er is geen woonvergunning afgegeven voor het huis. Maar dat zal geen probleem zijn. Het huis moet dan eerst geschilderd worden en dan kan de woonvergunning afgegeven worden. De gemeente is een beetje klaar met niet afgemaakte huizen. “Geen probleem”. Waar ken ik dat van? Dat heb ik net iets te vaak gehoord van een makelaar. Oh, en nog een klein dingetje. Er was al eerder een geïnteresseerd echtpaar. Die kregen waarschijnlijk de financiering van het schilderen niet voor elkaar. In ieder geval had Luis al een maand niks meer van ze gehoord. Dus dat kon hij afdoen met een mededeling hun kant op dat het huis aan anderen wordt verkocht. Zijn er dan nog andere “problemen”? Nee, dit is het. Wij spreken af dat we contact op gaan nemen met een advocaat. En dat we nog een bezoekje gaan brengen aan het huis, maar dan samen met Francisco, een bouwkundige. Ik hoor graag van een onpartijdig iemand of het huis in orde is en dat wat wij er mee willen ook inderdaad mogelijk is.

De kathedraal in Fátima wordt in gereedheid gebracht voor moederdag (1ste zondag van de maand in Portugal).

We hadden een naam doorgekregen van een advocaat in Goís. Een doortastend type dat goed Engels spreekt. Omdat we minder te spreken waren over de advocaat in Lousã heb ik die Maria João in Goís gebeld. We kunnen meteen de volgende middag langs komen. Omdat het nu tijd wordt ook een Portugese bankrekening te openen bel ik meteen ook maar met de Millennium bank in Lousã. Ook daar kunnen we een dag later terecht, maar dan ’s ochtends. Perfect. Ook deze vrouw heet Maria João. Is ook hulpvaardig en doortastend. Er is echter één probleempje bij het openen van de rekening. Sinds kort is het verplicht om documenten betreffende adres en inkomen aan te leveren in het Engels, Frans, Spaans of Portugees. Helaas doen ABP en ASNbank in Nederland daar niet aan. Verder moeten de documenten ook gewaarmerkt zijn door de ambassade, een notaris of een advocaat. Een advocaat? Oh, daar hebben we vanmiddag een afspraak mee. Laten we meer eens zien of zij kan helpen met de vertaling en het waarmerken.

Deze mevrouw in traditionele klederdracht verkoopt allerlei lekkers in de oude bovenstad van Nazaré.

De tweede Maria João is zo kordaat als was voorspeld. We hadden maar een half uurtje dus dat ging op aan zaken rondom het huis. Zij maakte een lijstje met wat ze allemaal ging navragen voor ons. De vertaling? Kan. Haast? Nee, niet echt. We mogen om 16 uur, ná haar volgende afspraak langskomen. We maken een ommetje door Goís en gaan terug naar Maria João. Ze begint te rammelen op de computer, vraagt ons ter plekke om een vertaling van het Nederlands in het Engels. Hop, printen, stempel en paraaf. Klaar! Thuis aangekomen ga ik de documenten scannen. Ik kan ze dan doorsturen naar Maria João van de bank. Die gaat dan de rest regelen. Oeps, ik zie een foutje in de vertaling. Bij het overzicht van het ABP heeft ze de woorden maandelijks en jaarlijks verwisseld. Nu lijkt het net of ik jaarlijks relatief weinig pensioen krijg, maar maandelijks juist heel erg veel. Ik vermoed (en hoop) dat de bank tevreden is met stempels en handtekeningen en eigenlijk niet geïnteresseerd is in de inhoud van de documenten. Dat blijkt een dag later te kloppen. Maria João belt en zegt dat alles klaar is. We moeten alleen nog langskomen voor een stel handtekeningen en de aanvraag van de bankpassen. Dat dat uiteindelijk misgaat ligt niet aan Maria João of aan de papieren. De computer vertoont kuren en verwerkt niet alles goed blijkt ’s avonds. Maar vooruit, dat gaat goed komen. Ik heb alle vertrouwen in vrouwen die Maria João heten!

Een hommage aan de surfers. Gebaseerd op een oude legende over een man en een hert.

Onze zoektocht naar een huis lijkt een nieuwe fase ingegaan. Het zit mee. Mede dankzij de Maria João’s. We kregen ook nog een tip over een goede notaris, in Vila Nova de Poiares. Haar naam? Maria João!

Het onder surfers beroemde Praia Norte van Nazaré. Op een rustige dag.

Cultuur

      Geen reacties op Cultuur
Een sokkenbreimachine in de fabriek van Carvalhos, Lousã. Dicht sinds 2006, maar mooi stukje cultureel erfgoed!

Ik ben een beetje lui van aard. Daarom spreekt efficiency mij zo aan. Nu heb ik vroeger een tijdje als “verandermanager” gewerkt. Zo heette ik officieel niet, maar “veranderen” was vaak wel onderdeel van de opdracht. En dan moest ik liefst “iets aan de cultuur doen”. Bij doorvragen moest het dan vooral efficiënter, want ja, minder budget. Maar “bezuinigen” is niet zo’n leuke boodschap. “Cultuurverandering” klinkt al veel beter en laat ook ruimte om zelf in te vullen welk stukje cultuur vooral veranderd moet worden. Want ja, wat is cultuur? Een kunstenaar schrijft cultuur met een grote “K” en daar moet je vooral vanaf blijven. Een bioloog denkt aan een met agar-agar gevuld petrischaaltje voor een bacteriekweek en een verandermanager denkt aan de manier waarop mensen samenwerken. En tegen dat laatste loop ik aan. Niet als verandermanager, want dat werk doe ik niet meer, maar als immigrant in Portugal.

Luis Carvalhos, onze huisbaas, geeft een privérondleiding door de oude Textielfabriek.

Ik ben een Nederlander. Ik vind mezelf een redelijke Nederlander. Het kan zijn dat ik een te positief beeld heb van mezelf. Maar een Nederlander ben ik. En daarmee deel van een volk dat bekend staat om zijn directheid. Door niet-Nederlanders vaak ervaren als botheid. En ik hou er wel van. Directheid dan, botheid niet. Weten waar je aan toe bent. Daar kan ik mee verder. En dat zit niet zo in de cultuur van de Portugees gebakken. Bij voorkeur vertelt ie jou niet dat iets niet kan. Of dat hij of zij iets niet wil. Ik herinner me dat Cor (uit Alcarias Grande) vorig jaar interesse toonde in de ruïne naast zijn huis, inclusief een bijbehorend stukje grond. De ruïne kon dan mooi omgetoverd worden tot een nieuwe badkamer. De eigenaar bleek een collega van buurman Hugo. Dus het contact was snel gelegd. Het leek snel rond te komen. Intussen is het al 3 of 4 keer vrijwel rond gekomen. Ik geloof dat Cor de hoop heeft opgegeven. De eigenaar zegt geen “nee” maar door wel “ja” te zeggen, maar geen “ja” te doen is het effect hetzelfde. Maar het duurt even eer je dat als Nederlander doorhebt. Onze ervaringen met huizen zoeken en dus communicatie met makelaars, lijkt op eenzelfde cultuurverschijnsel te duiden: je zegt niet zomaar “nee” tegen een ander. Je draait er omheen. Aan mij de schone taak om in te schatten wanneer een niet volmondig uitgesproken “ja” eigenlijk “nee” betekent. En wanneer er wel degelijk nog een beetje hoop op “ja” gloort. Ik ben ooit een week in Bulgarije geweest. Waar ze de bijzondere gewoonte hebben om “ja” te schudden en “nee” te knikken. Dat heb ik in één week niet onder de knie gekregen. Nu, na maanden Portugal, denk ik nog steeds dat “misschien” nog enige hoop biedt. Soms denk ik er het mijne van. Nog even en ik weet er het mijne van.

Ook cultuur: een processie ter ere van het feest van de “mannen van de zee”. In Nazaré.
Bedevaartsoord Fátima. Ook cultuur.

Kleur

      Geen reacties op Kleur
Vlinder met schutkleur.

Rood, wit, blauw, geel en grijs zijn al voorbij gekomen. En nu weet ik het niet meer. De vorige keer vertelde ik over de perikelen rondom grijs. Nou, die zijn niet minder geworden. Ik ben nu zover dat ik onze Clara heb laten weten dat ik onze afspraak opzeg. Ofwel: wij gaan op zoek naar andere mogelijke huizen, zij mag het huis best aan iemand anders verkopen. Ik word een beetje moe van alle gedoe er omheen. Ik weet niet meer waar ik aan toe ben en vermoed dat ik niet alle informatie krijg. En dat vind ik niet fijn. Mocht onverwachts toch alles geregeld zijn binnenkort, dan mag ze me dat laten weten. Maar de wekelijkse verwarrende mails hoef ik niet meer.

Piodão. Leuk om te zien, niet om te wonen.

Het kan bijna geen toeval zijn: Luis belde. De makelaar van Remax via wie wij ooit (?) het rode huis wilden kopen. De registratie die daar nog nodig was (achteraf goedkeuring verkrijgen voor de verbouwing) was bijna rond. Of wij nog geïnteresseerd waren? Natuurlijk, Luis, nu weer wel.

Bij een Alminha kun je een heilige vragen iets voor je te doen. Ik moet er nog achter aan welke heilige over huizen gaat.

Wij toch maar weer op idealista.pt gegaan (een mix van Funda en Marktplaats, voor huizen en grond). En vervolgens weer rond gaan rijden. Gelukkig laat zich dat prima combineren met het bezoek aan mooie wandelgebieden. Gisteren reden wij een klein dorpje binnen, alwaar een leuk huis te koop zou zijn. We parkeren de auto bij een soort kleine hangjongeren (of waarschijnlijker hangouderen) plek. Als we uitstappen komt er nog een auto aanrijden. Wat voor dit dorp al een hele gebeurtenis is. Er stapt een man uit in werkkleren. Hij groet ons vriendelijk en wij hem. Dan vraagt hij of we toevallig op zoek zijn naar een huis. Deze António Gonçalves werkt als bouwvakker voor een Engelse man die huizen verkoopt. Hij beschrijft er een aantal en stelt voor er een paar te bezoeken. Mag hij ons bellen? Zeker. Tegenwoordig wel. Dit laatste leg ik hem niet uit, hij spreekt alleen Portugees.

Een zwijnenfamilie vlakbij Corterredor.

Op zaterdag maken we een mooie wandeling in een mooi dal dat van Cabreira richting Mestras loopt.

Een soort persiflage op de Alminhas. Bij Tarrastal. Waarschijnlijk goed bedoeld.

Terwijl wij net gestopt zijn om een boterhammetje te eten op een zonnig plekje met uitzicht, belt Antonio. Petje af voor Annette die een uitgebreid gesprek met hem voert in het Portugees. Maandag eind van de dag gaan we met Antonio een huis bekijken. Ergens bij Arganil in de buurt. Wat fijn is: het maakt allemaal niet zoveel uit. Tot eind mei wonen we leuk. Daarna mogen we van Luis (huisbaas) verhuizen naar het buurhuis. Geen haast dus. Er dient zich wel iets aan. Rood, grijs of een totaal andere kleur. En tot die tijd blijven we genieten van Portugal en de Portugezen.

Gevonden op een mooie wandeling, vlakbij Povorais. Krijgt een plekje in ons nieuwe huis. Waar dan ook.
Even pauze. Met uitzicht op Miranda do Corvo.
Op de Trilho dos Moleiros.

Grijs

      1 reactie op Grijs
Pena, aan de voet van de Penedos de Goís.

We zijn er uit. Het wordt grijs. Na wat gepraat en gedub hebben we besloten voor grijs te gaan, maar dan wel eerst nog even met Francisco (ingenieur, architect en bouwer én zoon van Graça) het huis bekijken. Ook nu nam Clara weer alle tijd. Zij liet ons rustig met Francisco door het huis struinen en trok zich met haar telefoon terug in een oude versleten fauteuil. Ook Francisco vindt het een prima huis. Als we tenminste de locatie goed vinden. En dat vinden we. Hij ziet ook allerlei mogelijkheden om het huis op te knappen. En ik zie het wel zitten om met iemand te werken die goed Engels spreekt én weet hoe het (en men) werkt in Portugal.

Grijs. En ja, we gaan óók iets doen aan die tegeltjes.

Dus na de prijsonderhandeling hebben we nog één keer met Clara afgesproken, op een vrijdagmiddag. Even wat laatste vragen, zoals “Hoe nu verder?”. Onder het genot van een kopje thee heeft Clara nog ruim 2 uur zitten praten. Het ene fraaie verhaal na het andere. Tussendoor keek ze me nog even strak aan: “So we have an agreement?” Ja, we zijn er uit. Clara gaat de papieren in orde maken en wij nemen contact op met onze advocaat. Die moet namens ons de papieren nog controleren en ook bekijken of het huis schuldenvrij is bijvoorbeeld. In de week daarop komt Clara weer op de lijn. Er is een klein probleempje met het huis. De grond waar het op staat noch de bijbehorende tuin staan op naam van de eigenaar. Dit klinkt een Nederlander heel vreemd in de oren. Hier in Portugal hebben we het inmiddels vaker gehoord. Als je een koopovereenkomst via de notaris regelt kost dat geld. Dus in vroeger dagen werd grond vaak onderhands verkocht. Handjeklap en een envelop met escudo’s over tafel. Dat was genoeg. Iedereen wist ervan, behalve de notaris, het Kadaster en de Belastingdienst. En dat wordt lastig als je wilt verkopen. Want wat verkoop je dan? Gelukkig is er ook een oplossing. Het gewoonterecht of de “escritura de usucapião”. Als je langer dan 15 jaar een stuk grond hebt bewerkt zonder dat je een relatie met de eigenaar hebt (je huurt of pacht niet), kun je het claimen. Je kunt dan bij de notaris een legalisatieproces starten. Nu kost dat proces ook weer geld. En dat hebben de eigenaren nauwelijks. Dus was het proces nog niet gestart. Maar in het vooruitzicht van de verkoop is de claim op 28 februari ingediend. Omdat er 30 dagen voor staat, zullen we tot eind maart geduld moeten hebben.

Zitten in een prachtig wandelgebied. Dit is het dorp van “geel”.

Of misschien iets langer. Vrijdag 11 maart kwam er een mail van Clara. Met een voorstel: toch alvast maar tekenen, want er zijn mogelijk kapers op de kust en die kan zij nauwelijks afweren, want ze heeft niet het exclusieve recht van verkoop voor ons huis. Daar meteen op gereageerd met wat vragen. Dan 3 dagen stil. En dat is helemaal niks voor Clara. Op maandag een mail: “Sorry, mijn bril is kapot. Ik reageer vanavond. Maar maak je geen zorgen. Het huis is voor jullie.” Klinkt me een beetje vreemd in de oren. Vervolgens komt er ook een mail van onze advocaat Amilcar. Hij heeft gesproken met Clara’s man Paulo. Ook makelaar bij dezelfde makelaardij. Amilcar adviseert ons te wachten met tekenen totdat alle percelen op naam van de verkoper staan. En ja, dat duurt minstens 30 dagen. ’s Nachts komt er dan weer een mailtje van Clara. Ze legt nogmaals de procedure uit en zegt dat ze mij wellicht een keer vraagt per sms of mail te bevestigen dat wij het huis willen kopen. Nou, dat lijkt me te doen. Eind van de middag komt Amilcar weer op de lijn. Met een wat verwarrend mailtje. Hij lijkt ons te adviseren om contact op te nemen met de notaris. Ook moeten we de “preferences of the land” controleren. Hier moet ik even op kauwen. Vandaag gebeld met Amilcar. Nu blijkt dat hij gisteren gebeld heeft met de notaris. Resultaat: het gaat om 5 percelen grond én het huis dat formeel geregistreerd moet worden op de naam van de verkoper. Er zit inderdaad een termijn op van 30 dagen, maar dan gerekend vanaf de dag van publicatie in het lokale blaadje. Hij weet niet of dat gebeurd is. Hij schat in dat het eerder 60 dan 30 dagen wordt voor het formeel geregeld is. En dan nog die “preferences”. Het is bij wet geregeld dat als jij grond gaat verkopen dat je dat eerst aan de buren moet aanbieden. En die mogen er dan ook weer even over nadenken. Of dat gebeurd is, weet Amilcar niet. En wij ook niet. Maar weer eens aan Clara vragen. Of tzt aan de notaris. Als ik het al niet was, zou ik het nu worden: grijs.

Tussen Aigra Velha en Povorais.
Een promenade bij het Santuário de Nossa Senhora da Candosa.

Dromen in duigen.

      Geen reacties op Dromen in duigen.
Ponta da Piedade, bij Lagos.

Als je hard werkt moet je er af en toe tussenuit. Als je huizen zoekt ook. Maar dan moet het wel verdiend zijn. Omdat we in een verstandige fase zijn beland, wilden we eerst een huurhuis hebben. Dat geeft rust en een thuisbasis van waaruit we rustig verder kunnen zoeken. We zaten in een studio van Graça, in Lousã. Daar waren we in november ook al een paar weken geweest. Heel leuk, zeker ook met Graça als airbnb-host. Maar een studio blijft klein. Nu vond Graça het belangrijk dat wij Antoinette zouden ontmoeten, een Nederlandse. Antoinette woont al zo’n 20 jaar in Lousã. Zij is getrouwd met Luis, een neef van Graça, en doceert Nederlands aan de universiteit van Coimbra. Graça nodigde ons allen uit voor een lunch. Daar kwam onder andere ter sprake dat wij een huurhuis zoeken voor een aantal maanden. Gemeubileerd, dat wel. Nu blijkt de broer van Luis een familiehuis te verhuren via airbnb. In een dorpje vlakbij Serpins. Luis stelde voor er na de lunch even langs te rijden. Zo gedaan. Het leek ons wel wat, dus Luis ging vragen of zijn broer het voor een paar maanden zou willen verhuren. ’s Avonds kwam al een berichtje. Ja, dat wilde hij wel. Dus wij de dag erna met Luis het huis van binnen bekijken. Wij hoefden niet lang na te denken: doen.

Ons tijdelijk huis in Terra da Gaga.

Dus toen dat geregeld was, hadden we wel een kleine vakantie verdiend. Deels een werkvakantie want we moesten onze vakantiefietsen en bagage nog ophalen bij Cor en Yvonne op onze vorige winterstek: Alcarias Grandes. Dit was prima te combineren met een bezoek aan Lagos. Daar zitten twee “thuiswerkers” uit Nederland met wie we eerder geprobeerd hebben iets af te spreken. Wij op pad. Lagos was leuk, de avond met de “thuiswerkers” heel leuk. Vandaaruit moesten we de volgende dag de hele Algarve doorsteken. We kwamen dus ook vlak langs Paula. Wij hebben vorig jaar voor enkele maanden een auto bij haar gehuurd en zij heeft ons met allerlei zaken geholpen. Gewoon een heel leuke vrouw. Even op de koffie, bijgekletst en beloofd contact te houden. Door naar Vila Real de Santo António. Een feest der herkenning.

Niet alleen wij, ook de ooievaars zijn terug op het oude nest.

Donderdagmiddag hadden we bij Cor en Yvonne afgesproken. Dat gaf ons tijd om in de ochtend nog eens een kijkje bij het meer van Beliche te nemen. Ik was benieuwd naar twee dingen. Het tentje (mogelijk van een soort Jos B.) dat geheel verscholen op een heuveltje bij het meer van Beliche stond. Vorig jaar al verlaten, maar geheel compleet, inclusief prima rugzak. En het Nederlandse gezin (man, vrouw en vier kinderen van 3 tot 9 jaar) dat een stukje grond aan het meer had gekocht. Zij waren van plan daar een huis van zandzakken te bouwen en een nieuw leven te beginnen ver van alle Nederlandse regeltjes. Nu hadden we tussendoor van Cor al begrepen dat er problemen zijn geweest. Iets met drank, ongelukken, ruzie en kinderen uit huis geplaatst. Het tentje van de vermeende Jos B. is weg. Omdat alles opgeruimd is, vermoed ik dat de gemeente dit gedaan heeft. Het ziet er te netjes uit voor een vermeende Jos B.. Door naar het kampement van het Nederlandse gezin. Hetzelfde. Alles opgeruimd. Nog één hoop grof afval dat opgehaald moet worden. Slechts rijen stenen doen vermoeden dat hier plannen waren voor een huisje en een moestuin. Een agave en een cactus is alles wat rest van hun droom.

Hier had een zandzakkenhuisje moeten staan.
De “plattegrond” van huis en tuin.

Rood, geel, roze, grijs of toch wit?

      Geen reacties op Rood, geel, roze, grijs of toch wit?
De vrolijkste stratenmaker van Coimbra. Deze man heeft 5 maanden in New York gewerkt en wilde toen niets liever dan naar huis. Naar Coimbra. Om nooit meer weg te gaan.

We zitten alweer zo’n 2 weken in Portugal. Nog steeds op zoek naar een huis. We waren benieuwd of makelaar Luis en bouwkundige Miguel al een beetje opgeschoten waren met het legaliseren van het rode huis. Ik had de hoop om meteen de eerste week met de heren aan tafel te kunnen, maar dat werd de 2e. Dinsdag 1 februari om precies te zijn. We hebben 2 maanden niks gehoord van Luis, dus ik was niet heel hoopvol gestemd. Op het kantoor van Remax komt Miguel als eerste binnen. Energiek als altijd, alsof hij haast heeft. Hij heeft een grote stapel papier bij zich die hij met een klap op tafel legt. Hij heeft duidelijk niet stil gezeten. Hij vouwt een grote tekening open, net als Luis binnen komt. Op de tekening twee verschillende huizen. En dat klopt. Waar wij dachten één huis te gaan kopen, zijn het er ooit twee geweest. Gebouwd in 1960, zoals de advertentie zegt? Nee. Eentje in 1972 en eentje er aan vast in 1976. Vervolgens blijkt ook nog het gehele kadastrale perceel van huis en tuin niet uit één perceel bestaat zoals Luis ons verteld heeft, maar uit vijf percelen. Die moeten eerst samengevoegd worden. Uiteraard. Ik merk dat ik er wel klaar mee ben. En Annette ook. We vertellen Luis dat we naar andere huizen zijn gaan kijken, omdat we het vertrouwen kwijt zijn. Het vertrouwen dat dit binnen een redelijke termijn helemaal goed komt. Ik kijk Luis aan, benieuwd naar zijn reactie. Hij kijkt terug, boven zijn mondkapje. Er volgt een soort “stare down”. Ik merk dat ik verwacht dat hij boos wordt. Maar dan zie ik zijn ogen ontdooien. Hij zegt dat hij het jammer vindt. En dat de eigenaren vreselijk teleurgesteld zullen zijn. Dat snap ik. Op mijn vraag of alle administratie niet sowieso geregeld moet zijn voordat het huis te koop gezet kan worden, antwoord Miguel meteen met een volmondig “ja”. Luis vervalt weer in zijn treurige blik. Volgens mij realiseert hij zich dat hij fouten heeft gemaakt. Maar als je net medewerker van de maand bent geweest kun je dat niet zomaar toegeven. Wij staan op. Luis bedankt ons en dan scheiden zich voorlopig (?) onze wegen. Miguel heeft dan allang zijn papieren gepakt en heeft ons snel verlaten. Hij heeft het wellicht écht druk.

Het witte huis.

Onze zoektocht gaat meteen verder. Na bezoeken aan het gele en witte huis met Dominic, een Engelse makelaarsknecht gaan we op pad met Clara naar het grijze en roze huis. Wat een verademing. Niet de huizen, maar de makelaar. Clara praat honderduit. Weet veel te vertellen over huis, eigenaar, buurt en buurtgenoten. Gunt ons alle tijd om rond te kijken en snapt wat het betekent als je als buitenlander een huis wilt kopen in Portugal. Dominic is ons nog steeds (na 14 dagen) antwoorden verschuldigd op onze vragen over geel en wit. Gaat hem dus niet worden. Clara biedt aan om een aannemer uit de buurt te vragen om een volgende keer mee te gaan naar grijs. Om te vertellen wat er wel en niet kan. En hoeveel dat dan ongeveer kost. En vanmiddag, op een koude en regenachtige zondag, kom ook deze Mario opdraven. Het kost bijna twee uur om alles te bekijken en te bespreken. Dat deert Clara noch Mario. Na afloop gaan we met Clara ook nog naar een volledig opgeknapt natuurstenen huis mét gastenverblijf. Als vorm van alternatief. Clara blijft vrolijk hoewel ze vast al gemerkt heeft dat dit huis ons niet kan bekoren. Opgewekt nemen we afscheid. Wij weten inmiddels dat rood, geel, roze en wit afvallen. Of dat betekent dat het grijs wordt? Moeten we het morgen nog maar eens rustig over hebben.

Het grijze huis.

Verstandig

      3 Reacties op Verstandig
Watermolen bij het klooster van Folques.

Eergisteren hebben we besloten verstandig te worden. Eindelijk. En dat besluit geeft meteen al het gevoel dat we er ook goed mee bezig zijn. Het betekent ook de acceptatie van het feit dat we al heel lang onverstandig bezig zijn. Maar à la. Aanleiding was de huizenjacht deel 2. Vóór onze winterstop hadden we ons oog laten vallen op het rode huis. Maar daar bleken meer haken en ogen aan te zitten dan verwacht. Administratief vooral. En ik heb inmiddels begrepen dat ná de toeristensector vooral de bureaucratie het erg goed doet in Portugal. Ik ben niet meer zo hoopvol als het om het rode huis gaat. Dus met vernieuwde energie weer op zoek. En toen kreeg ik eergisteren zo’n enorme “aha-erlebnis”. We reden in het rond in de buurt waar een leuk huis te vinden zou zijn. Het ging in dit geval om een knalgeel huis. Dat moet de zoektocht vergemakkelijken. De site van de makelaar gaf aan dat het slechts 3 autominuten van het centrum van Vila Nova do Ceira is. Nu kennen wij Vila Nova do Ceira een beetje. Is namelijk vlakbij het rode huis. Dat maakt de zoektocht nóg makkelijker. En toch reden wij rond zonder het juiste geel te zien. Nu zou er ook nog een ander aantrekkelijk ogend huis in datzelfde dorp staan. In de buurt van de rivier, bij het strand van Canaveias. Dan gaan wij daar maar naar toe. De auto uit en aan de wandel. Het is namelijk heerlijk voorjaarsweer hier. De wandeling bevestigde ons vermoeden dat het een leuk dorp is. Maar ook het vermoeden dat we niet verstandig bezig zijn. We moeten gewoon de makelaars bellen en de exacte locatie vragen. Omdat ik ook een beetje hardleers ben, stelde ik voor om nog één rondje door een aanpalend deel van het dorp te doen. Annette stemde goedmoedig toe. En dan gebeurt het. Na zo’n 500 meter zien we een knalgeel huis. En ja hoor, het is het huis dat we zoeken. Hup, de auto uit. Het blijkt geheel ommuurd en omhekt te zijn. Nu wil ik best een keer over een muurtje of hekje klimmen als het zo uitkomt. Maar niet als er mogelijk buren meekijken. Dat geeft maar gedoe. Als we na ons wandelingetje langs de muur nog even bij de auto staan na te praten, komt er een oudere man aangelopen. Hij heeft één geit aan een touw. Twee andere blijven angstvallig dichtbij die ene. Vast familie. De man groet ons en vraagt of we het huis komen bekijken. Ja dus. “Ha”, zegt ie “dan worden we buren!” Hij vraagt of we het van binnen willen zien. Zonder het antwoord af te wachten roept hij de buurvrouw. Die blijkt een sleutel te hebben en biedt aan ons het huis van binnen te laten zien. Geweldig toch! We zijn inmiddels zo enthousiast dat we donderdag nog een keer met de makelaar gaan kijken. Maar ik weet niet zeker of het enthousiasme door het huis is aangewakkerd of door deze buurtgenoten. Wat ik wel weet is dat ik niet per se altijd verstandig hoef te zijn…..

Voorjaar!

Tegen windmolens vechten?

      4 Reacties op Tegen windmolens vechten?
Moinhos da Serra da Atalhada.

Er zijn vele sites aan gewijd: een huis kopen in Portugal. In allerlei talen. Ze geven je een lijstje “do’s and don’ts” en klaar ben je. Zeggen ze. Was het maar zo simpel. Wij hebben een huis op het oog: het rode huis, net buiten Serpins aan de weg naar Goís. Bij ons eerste bezoek had ik al niet zo’n lekker gevoel bij onze makelaar, Luis. Aardige man hoor, daar niet van. Klein, als de meeste Portugezen, vriendelijk, loopt tegen zijn pensioen aan. Trouwe hondenogen boven een droevige snor, die vaak deels verdwijnt achter zijn mondkapje. Niet als hij moet roken of iets duidelijk wil maken in zijn steenkolenengels. Dan gaat het kapje naar de kin. Het “niet zo’n lekker”-gevoel komt van het gebrek aan zijn kennis over het huis dat wij willen kopen. Bij elke vraag van mij zoekt Luis op zijn mobiel zijn eigen Remax-site op om te kijken of daar het antwoord staat. Niet dat hij een slechte makelaar is: ik zag op het Remax-kantoor dat hij medewerker van de maand is. En dat word je natuurlijk niet zomaar.

Toen wij serieus interesse toonden en graag een 2e bezoek wilden afleggen werd het nog mooier. Hij had zijn kompaan, Alcino Rodrigues, weer meegenomen. Waarom is me een raadsel. Deze man (ook aardig) spreekt nauwelijks Engels. Dus zijn toegevoegde waarde nadert nul. Maar vooruit, wij hoeven hem niet te betalen. Guilhermina, de zeer vriendelijke en enthousiaste eigenaresse, had ook de Nederlandse buurman, Gert, uitgenodigd. Dat was een goede zet. Omdat Luis én Alcino vooral druk waren met telefoneren, hebben we met Gert het huis nog eens verkend. Hij kon best veel vertellen omdat hij al 12 jaar buurman is. Op een gegeven moment kwam er nog een meneer langs, ene Miguel, die gevraagd was het energiecertificaat op te stellen. Op het laatst kwam ook nog de dokter langs om medicijnen voor de man van Guilhermina te brengen. Wij zijn toen maar vertrokken. Wij hadden nog steeds interesse in het huis, maar we begrepen nu al veel beter waarom al die sites zeggen dat je je eigen adviseur moet inhuren, bij voorkeur een advocaat. De makelaar wil alleen maar verkopen, En wel zo snel mogelijk. De notaris? Die kijkt alleen of alle papieren er zijn. Niet of ze ook kloppen. Wij hadden in een vroeg stadium Heleen al gevraagd ons te adviseren. Heleen is een Nederlandse makelaar die al 15 jaar in Portugal woont en werkt. Toen Luis mij, bij ons afscheid aan het eind van het 2e bezoek, met zijn trouwe ogen aankeek en verwachtte dat ik meteen al een definitief “ja” kon laten horen, heb ik hem verteld dat ik graag alle documenten wilde zien (woonvergunning, bouwtekeningen, inschrijving bij gemeente). Hij knikte gelaten. Natuurlijk dat kon ook. Een uurtje later belde hij. Hij mocht deze documenten niet naar mij sturen. Privacy. Wel naar mijn adviseur, maar dan geanonimiseerd. Je kent dat wel: veel zwarte balkjes in de tekst. Prima. Dus alles naar Heleen. Zij kwam een paar dagen later met een conclusie: de notaris die zij gesproken had zei dat het huis met deze documenten verkocht kon worden. Dat is goed nieuws. Maar Heleen zag één klein mogelijk probleempje: het huis stond geregistreerd als gebouwd in 1937. Volgens Remax was het echter gebouwd in 1960. Gezien de hoeveelheid beton en bakstenen leek 1937 mij ver bezijden de waarheid. Wat nu?

Moinhos da Serra da Lousã.

Luis gebeld. Kan hij dat uitleggen? Nee. Maar ik hoef me geen zorgen te maken, dit gebeurt vaker in Portugal. Hij begrijpt ook mijn ongerustheid en gaat iets regelen. Hij plant een gesprek met ons en een bouwkundige die dit prima kan uitleggen. Heleen kent dit soort gesprekken en zegt me er niet teveel van voor te stellen. Op maandagochtend vindt het gesprek plaats. Miguel da Franca is de ingenieur. Dezelfde man die het energiecertificaat heeft opgesteld. “En?”, vraag ik, “G?”. “Nee”, lacht hij, “F. Lager kan niet”. Vervolgens maakt Miguel duidelijk dat hij nog niet zoveel kan zeggen omdat hij de gegevens van de gemeente nog niet heeft ontvangen. Wat hij wel heeft laat hij ons zien. Registraties bij het Conservatorio (een soort kadaster), met alle namen, belastingnummers enzovoorts. Hoezo privacy? Miguel en wij zijn het er over eens dat we dus voor nu klaar zijn. Voor Alcino gaat dat te snel: wij zouden best al een voorlopig koopcontract kunnen tekenen en deze administratie later (laten) regelen. Dat gebeurt wel vaker in Portugal. Zal wel, maar nu even niet. Wij vertellen de heren dat we een dag later terug gaan naar NL en dat de rest dus via mail en WhatsApp moet. ’s Avonds komt er dan nog een appje van Luis. De gegevens van de gemeente zijn maandagmiddag alsnog ontvangen door Miguel. Kunnen wij nog iets afspreken voor dinsdagochtend? Ja hoor. Kan. Wij lopen ’s avonds nog even langs Graca, de vrouw van wie wij een studio huren in Lousã. Weet zij misschien een goede advocaat in Lousã? Daar gaat ze achter aan.

Dinsdagochtend vouwt Miguel de kaarten van de gemeente open. Hij strijkt de plooien glad en kijkt mij lachend boven zijn mondkapje aan. “Dit is wat er bekend is bij de gemeente.” Hij draait de kaart een halve slag en kijkt mij vragend aan. Ik bekijk de kaart. “Dit is maar een half huis”, zeg ik tegen Miguel. “Ja”, zegt hij, “dit is wat de gemeente weet. Het klopt niet.” Luis krijgt het een beetje warm. Volgens hem kunnen we een voorlopig contract opstellen met als ontbindende voorwaarde dat de huidige eigenaren eerst de goedkeuring en registratie van de woning afronden. Ik zeg hem dat we dat eerst met onze advocaat willen overleggen. Als we naar buiten lopen om ergens koffie te drinken, appt Graca. Of we om 12 uur bij de advocaat kunnen zijn. Graag! We gaan naar huis en nemen afscheid van Graca. De auto is al ingepakt. Alleen nog even langs de advocaat. Hij wil ons wel helpen. Daartoe moet hij alle papieren hebben. Die kan hij bij Miguel opvragen. Zijn eerste advies: geen voorlopig koopcontract tekenen, eerst duidelijkheid. Lijkt ons een goed advies. Wij gaan naar NL en wachten vol spanning het vervolg af. Het is nog niet zo simpel om een huis in Portugal te kopen. Wordt vervolgd.

De buren

      Geen reacties op De buren

Je gaat natuurlijk niet in een ander land wonen omdat de zorg daar zo goed is. Er moet meer zijn. Zo heb ik me vanaf het begin erg welkom gevoeld in Portugal. Neem eergisteren. Wij gingen een laatste (?) keer huizen kijken. We hadden er nog 3 op ons lijstje staan. Het eerste huis lag te veel opgesloten in het dorp. Het tweede huis lag pal onder 2 hoogspanningsmasten. Wordt hem dus ook niet. Het derde dan maar. Net voorbij São Pedro de Alva moeten we een weggetje in. Dat loopt vrij lang door met behoorlijk wat huizen er langs. Soms goed opgeknapt. Soms helemaal niet. Het weggetje eindigt in Vale do Barco, boven de uitlopers van een stuwmeer waarin zowel de Cris, de Dão als de Mondego uitmonden. We hadden een fotootje van de site van de makelaar, maar ja, de werkelijkheid is altijd iets complexer.

Vale do Barco.

We stoppen uiteindelijk aan het einde van het weggetje. Toch nog een keer goed naar het fotootje kijken. Het is een huis met een wit muurtje met daarop een blauw hek. Iets verderop staan een paar buurtbewoners ons nieuwsgierig aan te kijken. Ook dat snap ik. Met enige moeite keer ik de auto. Kijk nou, het huis staat 20 meter terug! Auto weer aan de kant en uitstappen. We lopen een keer op en neer voor het huis. Dan komt een van de buurtbewoners op ons af. Een vrouw van een jaar of 50. Ruim vallende polo, die ook ruim moet vallen. Joggingbroek, type Wibra, en dan minstens 10 jaar oud. Een paar rubberlaarzen maakt het plaatje compleet. Gewoon een hardwerkende boerenvrouw. We begroeten elkaar en zij vraagt of we interesse hebben in het huis. Ja. Spreken we ook Portugees? Nee. En dan begint ze te vertellen. Op een langzame en duidelijke manier zodat we veel kunnen volgen. Zij heet Elise en ze neemt ons wel even mee de tuin in. Dan vertelt ze wie de bewoners zijn, wat er allemaal bij de tuin hoort en wat er in de tuin groeit. Eenmaal terug op de weg voegt ook Linda zich bij ons. Haar 66-jarige tante die hier ook woont. Even later komt ook João (zo noem ik hem maar even omdat ik zijn naam niet weet) er bij staan. Linda troont Annette mee en vertelt van alles over de buurt en de tuin. En of Annette geen aardappels wil? Ze legt ook meteen uit dat als je hier woont je je geen zorgen hoeft te maken over het eten. Ze laten van alles groeien. Aardappelen, uien, tomaten, kool, pompoen enz.. Vervolgens neemt João mij mee. Naar de rand van zijn land met prachtig uitzicht over het stuwmeer. Als we terug wandelen komen we langs een schuurtje. Hij trekt me mee, haalt de grote steen die tegen de deur leunt weg, ook de zware takken die de deur vergrendelen en laat me vervolgens vol trots zijn 5 schapen zien. Nadat ik mijn bewondering voor zijn schapen heb uitgesproken wordt alles weer gebarricadeerd. Want als de bok eruit wil kan hij flink tekeer gaan. Ik kan de bok geen ongelijk geven. Ik hoop dat ze af en toe naar buiten mogen.

Vijf keer in de week komt de bakker langs. Daar hoef je niet voor thuis te blijven.

Als we langs het huis van João en Linda lopen staat Annette inmiddels verderop weer met Elise te praten. Terwijl João even aandacht geeft aan Billy, de grote waakhond, komt Linda naar buiten met een zak aardappelen en uien. Voor ons. Of ik er ook salsa bij wil? Ik zie een potje rode saus voor me en bedank vriendelijk. Maar ze blijft aandringen, omdat ze ziet dat ik niet precies weet waar ze het over heeft. Ook João snapt er niks van en loopt naar zijn land. Hij plukt wat peterselie en geeft dat aan mij. “Salsa!” zegt hij. Oh, is dát salsa. Lekker. Vervolgens leg ik hem uit dat wij dat peterselie noemen. “Titterselie, titterselie”, herhaalt hij grinnikend. Dan wordt het tijd om afscheid te nemen. Ze hopen van harte dat wij er komen wonen. We zijn meer dan welkom benadrukken ze alle drie. Ik geloof ze. Als ik met een welgemeend “obrigado” afscheid wil nemen, roept João: “Wacht even!”. Hij neemt ons mee naar de poort van het witte huis waarvoor we gekomen waren. Net naast de poort is een nis met daarin op tegeltjes een afbeelding van de heilige José. Hij haalt zijn pet van zijn kalende kruin en bedankt Jozef uitvoerig voor het feit dat wij gekomen zijn. Kushandjes voor Jozef. Nu moeten we toch echt gaan. Nog één keer “obrigado”, nog één keer zwaaien en dan rijden we glimlachend terug naar Lousã. Het huis is eigenlijk boven ons budget. Maar je krijgt er wel een fraaie verzameling buren bij!

São José.

Zorg

      Geen reacties op Zorg
Talasnal – een schistdorp in de Serra da Lousã

We zijn druk met huizen zoeken. Eigenlijk zijn we er al wel uit, maar dan komt er ineens koudwatervrees opzetten waardoor we toch nog even verder zoeken. Waarom willen we eigenlijk zo graag in Portugal wonen? Zijn er ook nadelen? Hoe zit het bijvoorbeeld met de zorg? Nou, dat mocht ik uitzoeken. Ik heb in september last gehad van urineweg-infecties. Daar pilletjes voor gehad en op tijd gezond verklaard om naar Portugal af te reizen. Maar vorige week stak er weer een infectie de kop op. Vervelend, maar niet zo erg dat ik meteen het ziekenhuis in moet. Nu zou ik in Nederland gewoon de huisarts bellen. Ik heb er inmiddels 2 (net als ziekenhuizen trouwens): een in Apeldoorn en een in Hardenberg. Die laatste niet officieel, maar ik ben daar wel geholpen. Het enige ingewikkelde daaraan is dat ze de helft van de tijd niet weten waar ze brieven naar toe moeten sturen. En nee, natuurlijk hoeft dat van mij niet, maar ja, het protocol. Dus hier in Lousã moest ik ook maar eens op zoek naar een huisarts. Nu weet ik dat er hier een soort ziekenfonds is met eigen ziekenhuizen en gezondheidscentra. Daarnaast bestaat een circuit van particuliere gezondheidscentra. Daarbij moet je altijd even opletten welke specialismen ze aanbieden. Mijn eerste keus viel op Aquelespaço, een particulier centrum vlakbij ons huidige verblijf, tegenover de Continente. Behalve een huisarts zou er naast vele andere specialisten ook een uroloog werken. Twee kansen dus. Terwijl ik een mondkapje op doe, vraag ik me af hoe het met de taal zal zijn. Sommigen spreken Engels, velen niet. Dat geldt voor receptionisten, maar zeker ook voor artsen. Ik trek een nummertje en ben verrassend snel aan de beurt. Maar helaas, de receptioniste geeft aan slechts gebrekkig Engels te spreken. Wat desondanks snel duidelijk wordt: als ik de huisarts wil spreken is de eerstvolgende mogelijkheid over een week. Dat lijkt me niet verstandig. Als ik vervolgens probeer uit te leggen dat ik ook tevreden ben met een uroloog, komt er iemand anders bij staan. Deze vrouw spreekt prima Engels. Dat is fijn, omdat ik dan meteen begrijp dat ook de uroloog niet aanwezig is. Op zijn vroegst vrijdag, over 5 dagen. Al snel staan we weer buiten. Wat nu?

Het kasteel van Lousã.

Dan maar de publieke gezondheidszorg. Het Centro de Saude. Weliswaar 1,5 ster van de 5 bij de reviews, maar je kunt een keer geluk hebben. Hier een langere wachtrij. Als ik eenmaal zicht krijg op de loketjes met receptionisten snap ik de lengte van de rij. Op 1 zit een mevrouw die druk bezig is haar facebookpagina te updaten. Denk ik. Op 2 zit even niemand. Op 3 zit een mevrouw die alleen maar meeloopt met de mevrouw van nummer 4. Zij is duidelijk in de leer. Op 4 zit een vrouw met een witte doktersjas. Ik hoop dat ik bij haar terecht kom. Maar nee. Er duikt een meneer op bij loket 2. Pech. Of toch niet. Op mijn vraag of hij Engels spreekt schudt hij duidelijk van nee. En wijst daarbij naar loket 4. Wordt dit toch mijn geluksdag?

Mevrouw 4 spreekt goed Engels. Zij vraagt om mijn verzekeringskaart. Zij gaat ijverig het nummer intikken, maar loopt vast in het systeem. Logisch. Ik ben geen inwoner van Portugal. Maar mijn Nederlandse kaart is ook een zogenaamde EHIC: European Health Insurance Card. Helaas kan de mevrouw niet zoveel met die wetenschap. Als ik geen Portugese kaart heb, kan ik hier alleen terecht op zaterdag en zondag. De logica hierachter ontgaat mij. Ik heb geen behoefte hier verder op in te gaan. Met een vertwijfelde blik vraag ik de mevrouw waar ik dan wel naar toe kan met mijn probleem? Ze zoekt wat papieren op, belt tevergeefs een nummer en zegt me dan dat ik het beste naar Sanfil kan gaan. Een particulier instituut even verderop. Vol goede moed gaan we die kant op. Onderweg hebben we het nog wel even over deze organisatie van de zorg. Wat nu als je een urgent probleem hebt? Waarschijnlijk kun je dan het beste een ambulance bellen, dan kom je in ieder geval het ziekenhuis in.

Een van de vele rivierstrandjes. Duikplank nog maar even niet gebruiken.

Ruim voor de lunch komen we bij Sanfil aan. De wachtkamer zit vol, maar gelukkig met mensen die zitten te wachten op hun afspraak. We staan al snel aan de receptiebalie. En al even snel krijgen we de volgende teleurstelling: geen arts aanwezig. Tenminste, niet eentje die nog tijd heeft vandaag. Dus ook maar weer de vraag: waar kan ik dan wel naar toe? Vlakbij, om de hoek, tegenover de Bombeiros, zit Fisiolausã. Een fysiotherapiepraktijk. Daar zit ook een arts. Wij er naartoe. Deur is dicht, maar er hangt een bel. Er wordt open gedaan door een vrouw die redelijk Engels spreekt. Ik leg uit wat ik zoek. Zij kijkt bedenkelijk en vraagt of ik een verzekeringskaart heb. Ja, natuurlijk. Wil ik een consult? Ja, een kleintje. Eigenlijk weet ik al wat ik wil: een doosje pillen. Maar iemand moet het recept uitschrijven. Oké, dan is er nog een mogelijkheid om 16:15 uur vanmiddag. Nou, graag!

Wij melden ons keurig op tijd. We bellen aan. Het duurt even maar dan verschijnt de mevrouw. Ja, ze herkent ons. “Kom binnen.” Al snel zitten we bij de huisarts op zijn kamertje. Een aimabele man. Engels verstaan gaat hem redelijk af. Spreken is lastiger. Dat is net als mijn Portugees. Deze constatering schept een band. Ik had in de voorbereiding vanochtend een paar termen op gezocht op www.vertalen.nu. Want zelfs als ik redelijk Portugees zou spreken zou ik niet meteen het woord voor blaasontsteking paraat hebben. Ook heb ik even opgeschreven welke medicijnen ik in Nederland gekregen heb. Wat me niet gelukt is, is een plasje in een potje doen. Plasje lukte wel, maar ik had geen potje. En als je dan een keer met je plasje naar de dokter moet, is het meestal de ochtendplas die ze willen hebben. Maar nee, zo niet deze huisarts. Hij gaat eerst aan de gang met mijn verzekeringskaart. Dat lukt natuurlijk niet, dus roept hij de assistent er weer bij. Die kijkt mij een beetje verbolgen aan: u had toch een verzekeringskaart. Ja, zeg ik zo onschuldig mogelijk, die heb ik ook. Een Nederlandse. Ik bied meteen aan om de rekening contant te voldoen als dat het probleem is. De dokter laat zijn assistent weer gaan. Hij schrijft een recept uit (pillen!) en stelt voor om na afloop van de kuur bij Sanfil bloed- en urineonderzoek te laten doen. Goed voorstel, maar het kan zijn dat ik dat in NL laat doen. Is een hele zorg minder.

Wandelen is goed voor de gezondheid.