Hoe is Bolivia? (2)

      Geen reacties op Hoe is Bolivia? (2)

Jirira

– Als we langs de noordkant de Salar de Uyuni verlaten, komen we in een gebied met kleine, grotendeels verlaten dorpjes terecht. De oude, uit leemblokken opgetrokken huisjes staan er vervallen bij. Af en toe leunt er een nieuwer, bakstenen huisje tegenaan. Daar woont nog iemand. Dit is het land van de keuterboertjes. Het enige gewas dat gedijt op de droge, zoute ondergrond, is quinoa. Het enige dier dat daaromheen nog wat te eten bij elkaar weet te scharrelen, is de lama.

In deze meteorietkrater wordt quinoa verbouwd en lama’s gehouden.

We zijn in de oogsttijd. Het zijn veelal oude vrouwen die met een sikkelmes de quinoa afsnijden en in kleine schoven te drogen zetten. Daarna worden de zaadjes met een kleine molen uit de aren gedwongen. De mannen komen op de proppen als de zakken op een vrachtwagen geladen moeten worden om naar de markt gebracht te worden. Soms gaan de vrouwen zelf naar de stad, als de oogst niet meer dan één of twee zakken omvat. Ze wachten dan geduldig langs de weg op een busje. Ook het hoeden van de lama’s is veelal vrouwenwerk. De lama’s worden gefokt voor zowel hun vacht als hun vlees.

Lama’s

– Op onze klim uit Salta (Arg) kwamen we Axel tegen. Hij was van noord naar zuid aan het fietsen en kwam net uit Bolivia. Hij was blij in Argentinië te zijn, omdat hier zoveel meer “goed” eten te koop was. Hij klaagde dat op het platteland van Bolivia eigenlijk alleen zoute koekjes en cola verkocht werden in de vele kleine winkeltjes. Nou is dat enigszins overdreven, maar ik moet toegeven dat het aanbod in de kleine dorpjes en stadjes beperkt is. Niet het aantal winkeltjes overigens, dat is overweldigend. Maar helaas verkopen ze overal hetzelfde. Ik schat dat elk 5de of 6de huis een winkeltje is. Vaak aan de buitenkant niet te zien. De deur staat open (soms een raam) en daarachter verschuilt zich het winkeltje. De onderste helft van de deur is gebarricadeerd. Je wordt geacht te roepen of op een bel te drukken. Dan komt er iemand en kun je zeggen wat je wilt hebben. Ze hebben allemaal brood, eieren, pasta, wc-papier e.d., maar geen verse producten als groente of fruit.

Bananen.

Daarvoor moet je op straat zijn of op de markt als die er is. In Poopó gingen we op zoek naar een potje jam. Helaas. Wel kregen we tot 2 keer toe als antwoord “Nee, dat hebben we niet, maar wel sardientjes”. Inventief.

Eieren

– (Bij)geloof. Anders dan in Chili en Argentinië, stamt een groot deel van de bevolking in het westen van Bolivia af van de oorspronkelijke Andes-bewoners. Dat zie je terug in hun kleding, dat hoor je terug in hun taal en dat uit zich in hun geloof. Ja, ze zijn overwegend katholiek. Ja, ook andere christenen zijn welkom. Maar ook het geloof van hun voorvaderen vind je nog terug in het dagelijks leven. Op de markt in Tupiza zagen wij in een kraam gedroogde embryo’s van lama’s hangen.

Voor Pachamama

Ik mocht een foto maken, als de vrouw zelf maar niet op de foto kwam (zou ook met bijgeloof te maken kunnen hebben, maar daar ben ik nog niet achter). Vervolgens raakten we aan de praat. Zij kon zich moeilijk voorstellen dat wij niet geloofden. Of dat mensen in Nederland uitsluitend katholiek of protestant waren. Zij had in haar kraam behalve veel kruiden en drankjes (“ook tegen prostaatproblemen”, zei ze, waarbij ze veelbetekenend naar mij keek), zaken die gebruikt kunnen worden om Pachamama (moeder Aarde) gunstig te stemmen. Zo moet je de lama-embryo’s verbranden en Pachamama om een gunst vragen. Ik vind het mooi dat de oude rituelen zo hun plaatsje houden in de Boliviaanse cultuur. 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.