Slapen in Bolivia

      4 Reacties op Slapen in Bolivia

De altiplano.

Hoewel ik niet meer zo goed slaap sinds we op de Altiplano zitten (tussen 3600 en 3800 meter), zoeken we toch elke dag een slaapplaats. We hadden al bedacht dat we in Bolivia weinig zouden kamperen. Ten eerste is het geen kampeerland, ten tweede is het ’s nachts knap koud, ten derde zijn de hotelletjes, hostalletjes en logementjes goedkoop. Ik was natuurlijk wel benieuwd wat we konden verwachten van de kwaliteit van die logementjes (“alojamiento” zeggen ze hier).

Chappalata

Bolivia is een arm land. Prijs en daarmee kwaliteit zullen daar op afgestemd zijn. Na de topervaring (en verrassing) in Tupiza, gingen we met de bus naar Uyuni, het toeristenstadje. Daar hadden we een degelijk backpackershostal. Beetje krap allemaal, versleten, maar te doen. Vandaar op naar Colchani, aan de rand van de salar. Ik had al gezien dat daar maar liefst 3 zouthotels staan (volledig opgebouwd uit blokken zout), pal aan de salar. Zeer luxueus en prijzig: per nacht zo rond de USD 100,- een modaal Boliviaans maandsalaris. Dat is niet leuk. Gelukkig kwamen we Nico tegen in een restaurantje in Uyuni. Nico is zoutkunstenaar (beelden van lama’s en motorrijders bijvoorbeeld) en woont in Colchani. Hij verhuurt ook kamers in zijn zoutwerkplaats. Voor BOB 100,- (ongeveer € 13,-). Hij zou zelf die zondag pas rond een uur of 8 thuis zijn. Toen we daar begin zondagmiddag aankwamen, liep een oudere man ons tegemoet. Of het nou aan het ontbreken van veel tanden, de grote bal cocabladeren in zijn linkerwang of zijn dialect lag, ik verstond er niet veel van. Uiteindelijk kwamen we er uit. Hij wist van niks en volgens hem was Nico om 18 uur thuis. “Prima, tot dan”, zei ik. Het was lunchtijd en dus zochten we het centrale plein op. Daar spraken we een van de ongeveer 200 inwoners van Colchani. Hij vertelde ons dat er verderop, bij de standjes met handwerkspullen (voor de “Nissan Pathfinder”-toeristen) nog een alojamiento is. Wij na de lunch even kijken.

Zouthotel Colchani, BOB 100,-.

Geheel uit zoutblokken opgetrokken, leuk ingericht, zij het nog niet helemaal af. Prima. Wij uitpakken en zonder bepakking even een paar uurtjes de salar op. Voorproeven. Op de terugweg, net na zonsondergang, kwamen we langs de werkplaats van Nico. Hartstikke donker. Gelukkig.
De volgende dag de salar over. In Jirira, een dorp met pakweg 25 inwoners, blijkt een hostal te zijn. Het hoofdgebouw is uit natuursteen opgetrokken, en bestaat uit één verdieping. Aan de linkerkant, in rode steen, een aanbouw van 2 verdiepingen, niet af. Rechts van het hoofdgebouw oudere aanbouw, grotendeels van leemblokken. Aan de achterkant zijn twee mannen bezig een uitbreiding te realiseren met deels zoutblokken, deels natuursteen. Ook dat is Bolivia: veel bouwen, weinig afmaken. Het belastinggeld gaat hier niet naar bouw- en woningtoezicht. Voorzieningen? Prima douche (gedeeld) met volop warm water. Uiteraard geen wifi. Gebruik van keuken, waar ook de eigenaren gebruik van maken.

Hostal Doña Lupe, Jirira.

Op maandag over 35 kilometer mul zand met af en toe wat keien naar Las Salinas. Een arm dorpje met één prima hotelletje. Heel aardige en behulpzame manager. Hier, net als in Colchani en Jirira, geen verwarming op de kamer. Standaard is een bed uitgerust met 4 dikke dekens! Na een goed ontbijt onder de terrasverwarming op naar Quillacas. Niet omdat dat nou zo mooi zou zijn, maar het is het enige bereikbare dorp vandaag. De hotelmeneer zegt dat er een soort gemeenschapshuis is waar we zouden kunnen slapen, maar waarschijnlijk is het dicht. In het dorp vraagt Annette aan een mevrouw of er een alojamiento is. “Jazeker”, zegt ze, “hier op de hoek, dat witte huis. Maar de eigenaresse is het land op en komt pas laat thuis”. Hoe laat? Dat weet ze niet. Wij zijn moe na 95 km fietsen en willen hier blijven. Op naar het centrale plein. Daar staat onze mevrouw bij een raam te kletsen met een andere vrouw. Ik vermoed dat het een winkeltje is en ga eropaf. En ja, het is een winkeltje met verkoop via het raam. Ik koop wat lekkers en begin nog eens over een logementje. De vrouw stelt voor ons tentje op te zetten op de overdekte sportplaats, hier aan het plein. Zou ook kunnen, maar word ik niet enthousiast van. Als wij vervolgens op zoek gaan naar brood, komen we langs het gemeentehuis. De deur staat open. Laten we het daar nog maar eens vragen. Op ons roepen wordt in eerste instantie niet gereageerd. Alle kamers beneden zijn op slot. Dan horen we boven iets. Een vrouw verschijnt. Zij hoort ons aan en vraagt ons even te wachten. Zij gaat het plein op, praat met een aantal mensen en komt na een kwartier terug. Ze heeft een oplossing! Aan de rand van het dorp staat een internaat voor schoolkinderen uit de wijde omgeving. Wij mogen een leegstaand lokaal gebruiken. We lopen er met haar naar toe. Ze praat een tijdje met de vrouwelijke conciërge, die net aan het koken is. We moeten even wachten. Daarna komen de dames met 2 matrassen en 4 dekens aanzetten. Wij installeren ons in het lokaal en hebben een heerlijke avond!

Schoollokaal Quillacas.

’s Ochtends de boel keurig opgeruimd en op naar Pazña. Dat was de bedoeling, maar ik ben moe. Misschien is het een goed idee om niet in 2 maar in 3 dagen naar Oruro te rijden? Vandaag komen we door meerdere dorpjes met alojamiento. Dat komt omdat we na een km of 20 de doorgaande weg van Uyuni naar Oruro opdraaien. En daar komt bij Challapata ook nog de weg van Potosí bij. Kun je nagaan! In Huari worden we niet in verleiding gebracht om te blijven. In Challapata twijfelen we. We besluiten door te fietsen. Als we het stadje uit rijden, merken we dat de wind enorm is toegenomen. Grote stofwolken komen ons tegemoet. Na 500 meter draaien we om. Dit is gekkenwerk. Het stadje lijkt groot genoeg om meerdere alojamientos te hebben. De eerste nemen we niet. Alleen een kamer met bed en de gezamenlijke douche/wc is een hok onder de trap. Vervolgens rijden we zeker een uur in de rondte. Alles wat we tegenkomen is dicht! We staan op het punt dan maar te gaan liften. De laatste alojamiento die we proberen, is uiteraard ook dicht. Toch eens even vragen in de naastgelegen internetshop. De meneer van die shop gaat ook over de alojamiento blijkt. Hij laat me de kamer zien: twee doorgezakte bedden, met er tegenover een gezamenlijk en twijfelachtig douche/wc-hok. We doen het, we zijn er klaar mee. Service? Een warme douche had de meneer gezegd. Annette gaat eerst en heeft alleen koud water. Het blijkt een elektrisch verwarmde douchekop te zijn. Als ik de schakelaar gevonden heb, kan ik warm douchen. En zowaar goede wifi, zeldzaam voor Bolivia. Maar ja, als je ook een internetshop hebt. Dus ik kan weer foto’s veiligstellen in de “cloud” en een blog plaatsen. Morgen gaan we naar Poopó. Het schijnt dat ze daar een hotel hebben. Wordt vervolgd.

Elektrisch verwarmde douchekop.

4 gedachten over “Slapen in Bolivia

  1. Marianne

    Hee hoi kanjers! Ik heb weer lekker mee zitten genieten van jullie avonturen. Steeds ben ik weer onder de indruk van jullie doorzettingsvermogen, maar ook van het landschap en de mooie en vriendelijke mensen die jullie ontmoeten. Prachtig!

  2. Annibeth

    Op zo’n reis is het wel erg fijn dat je tegen ontberingen kunt!
    En ook even het schoolgebouw-gevoel, Annette:-)

  3. Peter

    Ha Ton (en Annette natuurlijk 😉

    Een paar maanden geleden dacht ik nog dat jullie reis mij ook kon inspireren om iets vergelijkbaars te doen.
    Ik geloof dat ik daar nu op terug ga komen. Je moet wel geschikt zijn om diverse ontberingen te doorstaan als ik je verhalen zo lees.
    Ik meen dat ik daar toch een beperkt talent voor heb.
    Blijft naturlijk wel een superervaring.
    Al weer zin in werk???
    gr.
    Peter (je weet wel uit Den Haag 😉

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.