Virginia

      Geen reacties op Virginia

Valle de rio Neuquén

Op vrijdagochtend namen wij afscheid van Patricia (van Refugio de Caniche in Caviahue) en reden we onder een strakblauwe lucht richting El Huecu. Doel was om El Cholar te bereiken zodat we de dag erna in Chos Malal konden komen. Maar ja, die ripio. Toen we in Chili aan de serieuze ripio begonnen, hadden we al bedacht dat we voorzichtig moesten plannen. Lange afstanden zijn niet vanzelfsprekend als je over onbekende ripio moet. En zo geschiedde. Het viel tegen. De prijs voor de fraaie tocht richting Caviahue moest nog betaald worden. We hadden vooraf bedacht dat we, bij tegenvallende ripio, terug konden via Loncopué en Las Lajas: allemaal asfalt. Maar ja, terug, wie doet dat nou? Dus verder, over de belabberde ripio. Niet zozeer grote stenen, als wel mul zand maakten het zwaar.

Ripiorijden.

Kwart over vijf reden we El Hueco binnen. We wisten dat daar geen camping zou zijn, dus wat gedaan? Even met een fles koude frisdrank in een parkje gezeten. De gps vertelt mij dat er een hotel is, 43 meter naar het oosten. Het blijkt een hosteria te zijn. Wij naar binnen. Nu moet je weten dat wij al een paar dagen geen geld uit de muur kunnen halen. Er zijn wel atm’s, maar die werken niet met kaarten waar een chip op zit. Onze pesos raken op. Wij vragen het meisje in de hosteria dus of we met een kaart kunnen betalen. Helaas, nee, dat kan niet. Nou kon dat bij Patricia ook niet, maar die had een afspraak met winkeleigenaren in het dorp, zodat we daar met een kaart konden betalen, en zij vervolgens van hen het geld kreeg. Praktische oplossing voor al de banken die niet (mee)werken. Dus dat stellen wij het meisje voor. Maar dat mag zij niet beslissen. Zij sms-t haar baas. Na 10 minuten komt het antwoord: nee, wij werken niet met kaarten. Oké, dan niet. Wij kopen wat we nodig hebben (in een winkel waar je wel met een kaart kunt betalen) en gaan op zoek naar een plek om de tent op te zetten. Er lijkt, op de gps, net buiten het dorp een bosje te liggen, langs de rivier. Laten we die kant maar uit gaan. Halverwege het bosje loopt er een pad naar de rivier. Daar gaan we in. De rivier is volledig droog gevallen. Al lang geleden lijkt het. In de rivierbedding staat een jongen met een fiets. Ik vraag of hij een plaats weet om te kamperen. Uit zijn antwoord maak ik op dat we het beste de Hosteria kunnen proberen. Al gedaan. We kunnen ook met hem mee fietsen, een kilometer verder. We kunnen bij zijn pa in de tuin staan, begrijp ik. Annette twijfelt eraan of ik het wel goed begrepen heb. Zij zoekt liever hier in de rivierbedding een stekje. Mooi hoe dat dan gaat. Ik zoek een acceptabel plekje (vlak, niet teveel stenen, beetje uit het zicht). Zij raakt in gesprek met wandelaarsters. Die zeggen dat de grond van een Amerikaanse is, en dat die het niet leuk vindt als je daar je tentje op zet. Toch maar even kijken. Het enige geschikte plekje is vergeven van de mieren. En zoals wel vaker, als het niet goed voelt, moet je het niet doen. Maar ja, wat dan? Het is inmiddels bijna 19 uur en de zon zakt achter de bergen. We besluiten terug richting het dorp te fietsen en maar gewoon aan de eerste de beste te vragen of we ergens kunnen kamperen. Deze beste man loopt zijn huis binnen en stuurt vervolgens zijn vrouw naar buiten. Zij zegt dat onze beste kans is het roze huis van een Amerikaanse vrouw. Dezelfde die het niet leuk vindt als je op haar grond kampeert! Wij op zoek. Daar is het. Een paar honderd meter van de weg. Voor het roze huis staat nog een ander huis. Daar zien we enige beweging. Wij roepen en een vrouw van een jaar of 45 komt naar buiten. Claudia horen wij later. Wij leggen onze situatie uit: op zoek naar een kampeerplaats en hiernaartoe verwezen door een paar dorpelingen. Zij kijkt ons vriendelijk aan en zegt: “Wacht maar even, dan vraag ik het aan mevrouw.” Na een paar minuten komt ze terug. Mevrouw wil ons ontmoeten. Wij volgen haar een studeerkamer in, waarin een bed staat. En een tafeltje vol medicijnen. “Mevrouw” ligt in bed en is half verlamd. Wij stellen ons voor. Zij ook. Virginia uit Colorado en later New Orleans. Zij oppert nog wat alternatieven, zoals een camping 6 km verder. Wij kunnen haar ervan overtuigen dat dat op de fiets nu (19 uur) geen echt alternatief is. Gaandeweg ontdooit ze. We kunnen in een van haar weides kamperen (daar waar de alfafa groeit). Als we maar uitkijken met vuur, want het is enorm droog.
Ik blijf nog even praten met Virginia, terwijl Annette met Claudia (de verzorgster van dienst, er is 24 uur zorg nodig) in de keuken aan de praat raakt. Claudia fluistert dat mevrouw eerst “nee” zei toen ze vroeg of wij konden kamperen. Zij drong er echter op aan ons te ontmoeten, want wij waren een echtpaar en we spraken engels. Dan stemt Virginia er in toe om ons te ontmoeten. En als wij eenmaal onze charme in mogen zetten…
Wij kunnen kamperen in een weide die verder ongebruikt is. Een prachtige sterrenhemel is ons deel. Na een heerlijk rustige nacht nemen wij met een dikke knuffel afscheid van Virginia. Zij wenst ons alle geluk op onze reis. Vanaf de klim die we recht uit het dorp moeten maken, zwaaien we nog een keer naar het roze huis. Ik heb geen idee of Virginia nog steeds voor haar huis in haar rolstoel in de schaduw zit, met haar kopje mate. Maar zo ja, dan heeft ze zeker terug gezwaaid!

Zonsondergang in Chos Malal.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.