De buren

      Geen reacties op De buren

Je gaat natuurlijk niet in een ander land wonen omdat de zorg daar zo goed is. Er moet meer zijn. Zo heb ik me vanaf het begin erg welkom gevoeld in Portugal. Neem eergisteren. Wij gingen een laatste (?) keer huizen kijken. We hadden er nog 3 op ons lijstje staan. Het eerste huis lag te veel opgesloten in het dorp. Het tweede huis lag pal onder 2 hoogspanningsmasten. Wordt hem dus ook niet. Het derde dan maar. Net voorbij São Pedro de Alva moeten we een weggetje in. Dat loopt vrij lang door met behoorlijk wat huizen er langs. Soms goed opgeknapt. Soms helemaal niet. Het weggetje eindigt in Vale do Barco, boven de uitlopers van een stuwmeer waarin zowel de Cris, de Dão als de Mondego uitmonden. We hadden een fotootje van de site van de makelaar, maar ja, de werkelijkheid is altijd iets complexer.

Vale do Barco.

We stoppen uiteindelijk aan het einde van het weggetje. Toch nog een keer goed naar het fotootje kijken. Het is een huis met een wit muurtje met daarop een blauw hek. Iets verderop staan een paar buurtbewoners ons nieuwsgierig aan te kijken. Ook dat snap ik. Met enige moeite keer ik de auto. Kijk nou, het huis staat 20 meter terug! Auto weer aan de kant en uitstappen. We lopen een keer op en neer voor het huis. Dan komt een van de buurtbewoners op ons af. Een vrouw van een jaar of 50. Ruim vallende polo, die ook ruim moet vallen. Joggingbroek, type Wibra, en dan minstens 10 jaar oud. Een paar rubberlaarzen maakt het plaatje compleet. Gewoon een hardwerkende boerenvrouw. We begroeten elkaar en zij vraagt of we interesse hebben in het huis. Ja. Spreken we ook Portugees? Nee. En dan begint ze te vertellen. Op een langzame en duidelijke manier zodat we veel kunnen volgen. Zij heet Elise en ze neemt ons wel even mee de tuin in. Dan vertelt ze wie de bewoners zijn, wat er allemaal bij de tuin hoort en wat er in de tuin groeit. Eenmaal terug op de weg voegt ook Linda zich bij ons. Haar 66-jarige tante die hier ook woont. Even later komt ook João (zo noem ik hem maar even omdat ik zijn naam niet weet) er bij staan. Linda troont Annette mee en vertelt van alles over de buurt en de tuin. En of Annette geen aardappels wil? Ze legt ook meteen uit dat als je hier woont je je geen zorgen hoeft te maken over het eten. Ze laten van alles groeien. Aardappelen, uien, tomaten, kool, pompoen enz.. Vervolgens neemt João mij mee. Naar de rand van zijn land met prachtig uitzicht over het stuwmeer. Als we terug wandelen komen we langs een schuurtje. Hij trekt me mee, haalt de grote steen die tegen de deur leunt weg, ook de zware takken die de deur vergrendelen en laat me vervolgens vol trots zijn 5 schapen zien. Nadat ik mijn bewondering voor zijn schapen heb uitgesproken wordt alles weer gebarricadeerd. Want als de bok eruit wil kan hij flink tekeer gaan. Ik kan de bok geen ongelijk geven. Ik hoop dat ze af en toe naar buiten mogen.

Vijf keer in de week komt de bakker langs. Daar hoef je niet voor thuis te blijven.

Als we langs het huis van João en Linda lopen staat Annette inmiddels verderop weer met Elise te praten. Terwijl João even aandacht geeft aan Billy, de grote waakhond, komt Linda naar buiten met een zak aardappelen en uien. Voor ons. Of ik er ook salsa bij wil? Ik zie een potje rode saus voor me en bedank vriendelijk. Maar ze blijft aandringen, omdat ze ziet dat ik niet precies weet waar ze het over heeft. Ook João snapt er niks van en loopt naar zijn land. Hij plukt wat peterselie en geeft dat aan mij. “Salsa!” zegt hij. Oh, is dát salsa. Lekker. Vervolgens leg ik hem uit dat wij dat peterselie noemen. “Titterselie, titterselie”, herhaalt hij grinnikend. Dan wordt het tijd om afscheid te nemen. Ze hopen van harte dat wij er komen wonen. We zijn meer dan welkom benadrukken ze alle drie. Ik geloof ze. Als ik met een welgemeend “obrigado” afscheid wil nemen, roept João: “Wacht even!”. Hij neemt ons mee naar de poort van het witte huis waarvoor we gekomen waren. Net naast de poort is een nis met daarin op tegeltjes een afbeelding van de heilige José. Hij haalt zijn pet van zijn kalende kruin en bedankt Jozef uitvoerig voor het feit dat wij gekomen zijn. Kushandjes voor Jozef. Nu moeten we toch echt gaan. Nog één keer “obrigado”, nog één keer zwaaien en dan rijden we glimlachend terug naar Lousã. Het huis is eigenlijk boven ons budget. Maar je krijgt er wel een fraaie verzameling buren bij!

São José.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.