Keerpunt

      1 reactie op Keerpunt
Portugese molen.

Onderweg werd Santiago de Compostella op een gegeven moment een doel. Een tussenstop, maar ook iets om naar uit te kijken. Maar daarna weer verder. Naar het zuiden, want we wilden naar Portugal. Nou dat is gelukt. Maar dan kom je op een dag bij Cabo de São Vicente. Zo’n beetje de meest zuidwestelijke punt van Europa. Veel verder kan niet, dan word je nat. Leuk detail: we liepen daar een beetje rond, erg mooi, toen we 2 fietsers zagen. Echte bagagefietsers. Ik keek nog eens goed. Verrek, die kennen we al. Wat bleek, een man en vrouw uit Frankrijk, een jaartje of 40 schat ik. En die hadden we heel even gezien, en nog korter gesproken toen we net uit Spanje via de ferry Portugal binnenkwamen, op het dorpsplein van Caminha. Zij hadden in de tussenliggende maand de kustroute gefietst (de LF1). Zij hadden dan ook mountainbikes, wij trekkingfietsen. Zij gaan nog verder, langs de Algarve naar Spanje. Tot het geld op is. Bij ons zal het geld niet zo snel opraken, maar wij zelf wel…..

Cabo São Vicente.

Dus hoe verder vanaf Cabo São Vicente? We gaan op zoek naar een plekje om eens een tijdje te wonen. Hoe zou dat zijn? Kunnen we hier overwinteren? Willen we nog meer? Maar ja, hoe ga je dat onderzoeken? Wij kiezen voor een tweetrapsraket. Ergens een hotelletje of appartementje voor een dag of 2 om een plan te maken om de Algarve te onderzoeken. Portimão leek wel wat. Maar dat viel tegen. Bij de eerste 2 appartementen-complexen vonden ze dat onze fietsen maar gewoon op straat moesten blijven staan. Dacht het niet. Enfin, in het lelijke en veel te grote Portimão komen we al zoekend vlakbij de boulevard uit. We vinden daar een gedateerd, zeg maar gerust oubollig hotelletje: Residencial Sol. Wel heel lieve mensen. Natuurlijk kan onze fiets veilig achter het hotel staan. Afdakje. Wij krijgen een kamer van waaruit we bijna de fietsen kunnen zien. “Goed?”. “Prima!”. Wij halen eerst onze tassen van de fiets bij de voordeur. Als we naar achter lopen met onze kale fietsen zie we daar de huishoudster van het hotel. “Kom maar”, zegt ze, “jullie fietsen kunnen wel in het washok staan, dat gaat vannacht op slot. Is veel veiliger!”. Lief hè?

Kunst.

Als we weer naar voren lopen, horen we keiharde muziek. Nee, hè, geen discotheek om de hoek, toch? Wel een tegenover, dat had ik gezien, maar die is dicht. Ik zie wel een man tafeltjes klaar zetten buiten, maar een restaurant draait toch niet zo’n harde muziek? Maar waar komt die dan vandaan? De muziek lijkt wel dichterbij te komen. Valt even weg, en komt dan weer keihard terug. Daar. Er komt een man aangelopen. Leeftijd moeilijk te schatten. Rond de vijftig, plus of min 10 jaar. Zijn broek is veel te lang voor een korte broek, maar ook veel te kort voor een lange. Een soort crocs met onbestemde kleur eronder. Vaalzwart jasje. Hij loopt krom. Heeft niet echt een bochel, maar loopt alsof hij er wel een heeft. Hij duwt een winkelwagentje voort met daarin een enorme geluidsbox. Ik zie geen gettoblaster. Waarschijnlijk streamt hij de muziek. Dat verklaart ook waarom de muziek af en toe wegvalt. Ik ben gerustgesteld. Deze man gaat vast niet de hele avond het dorp rondlopen met deze muziek.

Portimão.

Een uurtje later, als wij met een welverdiend biertje over de zee uitkijken, komt ie weer langs. Een licht aangeschoten Engelsman begint enthousiast te dansen. Daarna geeft hij ook een paar euro aan de muziekman. Het blijkt dus gewoon een soort Toontje te zijn. Toontje kwam vroeger, toen ik nog in Breda uitging, bijna elke zaterdagavond in mijn stamkroeg. Ik ben de naam van de kroeg vergeten (Yvonne? Rob?) en die zal inmiddels ook wel veranderd zijn, maar het was op de Havermarkt. Een soort pijpenla met aan het eind nog een ijzeren wenteltrap. Als Toontje binnenkwam liep hij meteen naar de bar. De barman zette de muziek uit en Toontje liep naar de trap en beklom die een paar treden. Hij begon uit volle borst een Nederlandstalige schlager te zingen. Tante Leen of zoiets. André Hazes en Doe Maar waren al wel geboren, maar niemand kende hen nog. Nederlandstalig zingen was helemaal niks, vonden wij toen. Behalve als Toontje zong. Vaak kapte Toontje het lied na een paar regels af. Er moest gewerkt worden. Hij bleef stoïcijns onder het applaus, werkte zich naar de bar en pakte daar een bierviltje. Met dat viltje als collectebus ging hij rond. De gekregen guldens gingen in zijn jaszak en weg was Toontje. Op naar de volgende kroeg. Mooi dat ook Portimão een Toontje kent. Het blijft waarschijnlijk mijn enige herinnering aan deze stad. Verder gaat de zoektocht. Verder, naar ons volgende keerpunt.

Vissersbootjes bij Monte Gordo. Helemaal zuidoost.

1 gedachte over “Keerpunt

  1. Rob

    Cafe met wenteltrapje naar de kelder?
    Dat kan er maar een zijn:
    De potkan.
    Naast de groene sael.

    Weet je nog?

    Geniet maar lekker verder. Mooie verhalen om te lezen
    Gr Rob en Annemieke

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.