Tussen de oren

      1 reactie op Tussen de oren
Het ouderwetse platteland

Wij zitten, geheel onbedoeld, maar niet tegen onze zin, op de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella. Jaarlijks gaan er honderden misschien wel duizenden mensen op pad naar Santiago. Te voet of op de fiets. Een enkeling, zoals ik al eerder meldde, met de scootmobiel. Als het mogelijk zou zijn, zou je ook nog wel iemand kunnen vinden die het zwemmend wil doen. Waarom al die mensen dat doen is mij niet duidelijk. Maar ik ben niet te beroerd om me af en toe voor te doen als een pelgrim. Deze route fietsen kan dan ook zo zijn voordelen hebben. Zo ook in Saint Sévérien. Het was een bewolkte dag met veel gemiezer en af en toe wat echt gespetter. We kwamen dit fraaie dorpje binnen rijden en ook nu was ik hoopvol: misschien was er hier een winkel. Koffie drinken had ik al opgegeven, maar iets te eten voor de lunch zou wel fijn zijn. Op de hoek van het fraaie oude raadhuisplein stond een deur open. Aan de straat stond een handgeschreven bord: Wij zijn open. Pelgrims welkom! Vanuit een open raam bevestigde een wat oudere meneer wat er op het bord stond: “Kom binnen we zijn open!”. “Kom”, zei ik tegen Annette, “we gaan even kijken.” Ik draaide mijn fiets en meteen ging het gedruppel over in een fikse bui. Nóg een goede reden om even binnen te gaan kijken. De ruimte was ingericht als een soort winkel. Karig, maar dat past wel bij een pelgrim. De meneer zat pontificaal achter een bureau. Hij was pas sinds 8 juli open. Het was ook de enige winkel in het dorp. Fijn dorp wel, volgens de meneer, met zo’n 200 inwoners. Hij verkocht nog niet zoveel. Vijf of zes keer per dag kwamen er fietsers of wandelaars. Slechts een enkele dorpsbewoner kwam langs. Maar het deerde hem niet. Nou, ons ook niet. We scoorden een baguette, een kaasje, 2 rozijnenbroodjes en iets te drinken. En we konden de bui uitkletsen. Maar toen kwam het. De meneer vroeg waar wij naar toe gingen vandaag. “Nevers”, zeiden wij. Leuke plaats volgens de meneer, maar we konden daar beter niet op de camping gaan staan. En dat waren we natuurlijk wel van plan. De camping ligt net over de brug over de Loire, en daarmee vlak bij het oude centrum van Nevers. Ik wilde graag op tijd op de camping zijn, effe douchen en dan de stad inlopen en ergens lekker pizza eten. “Nou”, zei de meneer, “er worden daar elk jaar weer veel fietsen gestolen. Op die camping. Je kunt beter naar de camping in La Charité gaan. Een eindje boven Nevers.” Het zaadje van onrust was geplant. Ik kon me zelf er nog wel van overtuigen dat ónze fietsen (opvallend bijzonder) niet zomaar gestolen zouden worden. Maar kon ik dat zodanig dat ik onbekommerd door Nevers kon wandelen? En ook nog rustig kon genieten van een ambachtelijke pizza? Nee natuurlijk. We zijn naar La Charité (Pougues les Eaux) gegaan alwaar de plaatselijke pizzeria (en alle andere restaurants) gesloten waren. Soep en salade is het geworden. Maar ik kon wel rustig door het dorp wandelen.

Nevers. Op de pelgrimsroute.

1 gedachte over “Tussen de oren

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.